Onze liefde voor God en investering in Zijn koninkrijk. 







Dit artikel heeft als uitgangspunt het onderwijs over de eindtijd van Mike Bickle, grondlegger van het "International House Of Prayer" in Kansas City (U.S.A.)


In dit artikel worden thema's belicht als:

♦  In welke tijd op Gods agenda bevinden we ons momenteel?
♦  Welke gebeurtenissen staan ons te wachten?
♦  Zijn wij voorbereid op de komende gebeurtenissen op aarde?
♦  Hoe voorziet God nu reeds en in tijden van crisis?
♦  Hoe investeer je in Gods koninkrijk?
♦  Welke betekenis heeft geld in Gods koninkrijk?


Hag.2:6-9 Want dit zegt de HEER van de hemelse machten: Nog een korte tijd, een ogenblik slechts, en Ik zal de hemel en de aarde, de zee en het land doen beven.
Alle volken breng Ik in beroering, hun schatten zullen Mij toevallen en Mijn huis zal Ik vullen met pracht en rijkdom, zegt de HEER van de hemelse machten. Het zilver is voor Mij en het goud is voor Mij, spreekt de HEER van de hemelse machten.
De luister van deze tempel zal groot zijn, nog groter dan voorheen, zegt de HEER van de hemelse machten, en van hieruit zal Ik jullie vrede en voorspoed geven, spreekt de HEER van de hemelse machten.
 


Inhoudsopgave:

A: Introductie.
B: Een wereldwijde aardbeving.
C: De essentie van de glorie.
D: Onderwijs geven over financiën.
E: De krachtdemonstraties van God.
F: De leerschool van het geven aan God.
G: Angst als bolwerk m.b.t. financiën.
H: De genade van het geven.
J: Geestelijke effectiviteit en betrouwbaarheid.
K: Uitgezaaid zaad en een grote oogst.

A: Introductie.
De profeet Haggai is een van de drie profeten van na de Babylonische ballingschap; samen met zijn collega Zacharia trad Haggai op als profeet tijdens de herbouw van de tempel in Jeruzalem. Zijn profetische boek begint in het jaar 520 v.Chr. en in totaal spreekt hij in datzelfde jaar vier profetieën uit, die wij allemaal terugvinden in dit kleine profetische boek.

Het was een turbulente tijd waarin Haggai en Zacharia als profeet optraden, en zij spraken bemoedigende woorden tot het overgebleven restant van het Joodse volk dat gedeeltelijk was teruggekeerd naar het land Israël, nadat de Perzische koning Cyrus toestemming had gegeven voor de herbouw van de tempel (2Kron.36:22-23, Ezra 1:1-4).

De profeet Jesaja had in zijn tijd van 740-690 v.Chr. al geprofeteerd over deze koning Cyrus, terwijl deze op dat moment nog niet eens leefde. Pas in het jaar 538 v.Chr. veroverde hij de stad Babylon, waarna hij in datzelfde jaar de Joden toestemming gaf om terug te keren naar het land Israël om de tempel van de Heer te herbouwen. Jesaja profeteerde in Jes.44:28 t/m Jes.48:22 op diverse plaatsen over de profetische rol van koning Cyrus.

De profeten Haggai en Zacharia profeteerden tot het Joodse volk over de omstandigheden van dat moment na de ballingschap, maar de toepassing op dat moment was veel kleiner dan datgene wat werkelijk in het hart van God leefde, toen Hij door Zijn Heilige Geest deze profeten inspireerde met Zijn woord.

Zij spraken in de eerste plaats over de omstandigheden van dat moment, maar in de tweede plaats spraken zij in een aantal profetieën ook over de eerste komst van Jezus naar de aarde. En in de derde plaats sprak het grootste deel van hun profetieën over de tweede en definitieve komst van Jezus naar de aarde, waarna Hij Zijn duizendjarige vrederijk op aarde zal vestigen.

Dus wanneer wij het boek van de profeet Haggai lezen, moeten wij de werkelijke vervulling van zijn profetieën vooral zoeken in de eindtijd die niet meer ver weg is.

In Hag.2:3 vroeg de Heer bij monde van de profeet wie van de Joden de tempel nog in zijn vroegere glorie had gezien; die tempel was namelijk 67 jaar daarvoor in het jaar 587 v.Chr. verwoest door koning Nebucadnessar. En vele oudere Joden dachten met pijn in hun hart terug aan de glorie van de oude tempel; op dezelfde manier kunnen christenen met pijn in hun hart terugdenken aan de glorie van Gods koninkrijk zoals die openbaar werd in de gemeente van Jezus ten tijde van de apostelen in het boek Handelingen.

Want ook God Zelf begrijpt hoe moeilijk het kan zijn om te werken in Zijn koninkrijk wanneer veel mensen een historische herinnering hebben aan hoe het vroeger is geweest (Recht.6:13). Maar in vers 4 roept de Heer het volk tot driemaal toe op om sterk te zijn door aan de slag te gaan en vol te houden in het werk, omdat de Heer van de hemelse machten met hen is. En in vers 5 geeft de Heer hen de herinnering aan hun verlossing uit Egypte, want op dezelfde manier is Hij in hun midden aanwezig, denkend aan Zijn eeuwige verbond met Israël.

Want hoewel het volk na de terugkeer vanuit Babylonië aan de slag was gegaan in in het jaar 537 v.Chr. (Ezra 3:1), werden ze in Ezra 4:1-5 hevig gedwarsboomd door hun vijanden waardoor het werk aan de tempel helemaal stil kwam te liggen in Ezra 4:24.

En het werk bleef stilliggen tot het jaar 520 v.Chr., maar vanaf dat moment begonnen de profeten Haggai en Zacharia bemoedigend op het volk in te spreken (Ezra 5:1). En God beloofde bij monde van deze profeten dat Hij het volk zou ondersteunen en bemoedigen zoals in de tijd van de uittocht uit Egypte.

B: Een wereldwijde aardbeving. 
Maar in Hag.2:6 begint de Heer te spreken over een wereldwijde crisis die veroorzaakt wordt doordat God Zelf hemel en aarde, zee en land zal doen beven. God spreekt profetisch van een wereldwijde crisis, maar deze crisis gaat pas plaatsvinden in de eindtijd; de schrijver van de Hebreeënbrief neemt Hag.2:6 en past het toe in Hebr.12:26-29 als een crisis die God in de eindtijd over de hele wereld gaat brengen.

Want het is duidelijk dat de vervulling van deze profetie niet heeft plaatsgevonden in de tijd van Haggai, wat inhoudt dat deze profetie op een ander moment in vervulling moet gaan, want God laat geen enkel woord onvervuld ter aarde vallen (Jes.55:8-11). Vers 6 spreekt over een grote crisis in de natuur, maar vers 7 spreekt over een grote crisis in de mensheid op het gebied van politiek en economie; let wel dat vers 7 spreekt over een schudden van alle volken, wat betekent dat geen enkel volk ter wereld zal kunnen ontkomen aan dit schudden door God.

Het schudden van Egypte in vers 5 is een voorbeeld voor de manier waarop God de hele wereld gaat schudden in de eindtijd, want in de dagen van Mozes was Egypte in alle opzichten de grootste wereldmacht, maar werd in enkele weken tijd tot op zijn grondvesten geschud door het oordelende handelen van God in Zijn soevereiniteit.

De schrijver van de Hebreeënbrief geeft Gods motief voor dit schudden van alle volken op de aarde, want het is de strategische bedoelingen van God om de hele aarde zodanig te schudden dat alleen datgene wat onwankelbaar is zal overblijven; dan zal er in de gemeente van de Heer een onwankelbaar koninkrijk aanwezig zijn voordat de Heer terugkomt. Want God wil dat alle volken op aarde zullen weten dat er maar één stabiel en onwankelbaar koninkrijk is, en dat is het koninkrijk van God. Zo was het eindresultaat van het schudden van Egypte dat uiteindelijk iedereen in Egypte wist dat de God van Israël de enige ware God op aarde was (Ex.9:14-16).

Het hoogste motief van God de Vader om de volken te schudden is om Zijn huis te vullen met pracht en rijkdom; Engelse Bijbelvertalingen spreken hier over ”het verlangen van de naties” wat een profetische verwijzing is naar God de Zoon, onze Heer Jezus Christus. De Vader gaat Zijn Zoon Jezus een plaats op de troon geven in het huis van God in Jeruzalem, zodat Jezus Christus zichtbaar wordt voor alle volken op de aarde; en dan zullen alle volken op aarde beseffen dat Hij het grootste verlangen van hun hart is, Degene naar wie ze diep in hun hart hebben uitgekeken (Jes.11:10).

Want voordat Jezus terugkomt, zal de mensheid in de eindtijd gekenmerkt worden door extreme vormen van egoïstisch plezier; mensen zullen het wereldse genot meer liefhebben dan God (2Tim.3:1-4). Maar wanneer Jezus eenmaal is teruggekeerd, zal de hele wereld beseffen dat Hij degene is naar wie ze werkelijk verlangd hebben; mensen zijn van nature gemaakt om met heel hun hart Jezus lief te hebben. Daartoe gaat God de hele wereld schudden, zodat de wereld voorbereid wordt op de komst van Jezus en de grote oogst van de eindtijd kan worden binnengehaald (Openb.7:9-17).

Temidden van dit grote schudden van de wereld zal God Zijn oneindig grote kracht demonstreren; God gaat de wereld schudden met Zijn oordelen om op die manier Zijn buitengewone kracht aan de mensheid te kunnen laten zien, en in dat proces zal de grootste oogst van mensen uit de geschiedenis tot Jezus worden geleid. In diezelfde tijd zal God Zijn gemeente vullen met de grootste glorie die ooit gezien is op aarde; het zal een tijd zijn waarin de gemeente de grootste demonstratie van Gods kracht zal laten zien op de aarde.

Want God zal de wonderen en tekenen uit de eerste profetische generatie van Mozes nemen, en die combineren met de wonderen en tekenen uit de tweede profetische generatie van de tijd van de apostelen; en God zal deze optelsom vermenigvuldigen in de derde profetische generatie van de eindtijd.

Een van deze krachtdemonstraties zal volgens Hag.2:8 overeenstemmen met wat God in Egypte deed (Ex.12:35), waardoor de glorie in de gemeente van de eindtijd groter zal zijn dan ooit heeft plaatsgevonden in de geschiedenis, groter dan in de tijd van Mozes en groter dan in de tijd van de apostelen.

Want de mensheid zal in de laatste 3,5 jaar voor de tweede komst van Jezus in alle opzichten gekenmerkt worden door overweldigend grote angst (Luc.21:25-26); deze angst zal alle naties op aarde volledig domineren.

Er zal geen enkele zekerheid te vinden zijn in de zichtbaar dingen, want de enige zekerheid die er zal zijn is de onzichtbare God. Het zal de meest verschrikkelijke maar tegelijkertijd ook verreweg de meest glorieuze tijd uit de geschiedenis zijn; vers 8 is daartoe cruciaal.

Dit is het proces.
1) God gaat alle volken op de aarde schudden en in beroering brengen (vers 6-7a).
2) God gaat het Verlangen van de naties (= Jezus) zichtbaar maken voor iedereen (vers 7).
3) God gaat Zijn eigendomsrechten over al het zilver en goud op aarde opeisen (vers 8).
4) God gaat de gemeente van de eindtijd volledig vervullen met Zijn glorie (vers 9).

C: De essentie van de glorie. 
Hag.2:8-9a Het zilver is voor Mij en het goud is voor Mij, spreekt de HEER van de hemelse machten. De luister van deze tempel zal groot zijn……

In het schudden van de volken op politiek en economisch gebied laat God Zijn rechten op het bezit van zilver en goud gelden; het eindresultaat van het schudden van de machtigste natie van de oude wereld – Egypte - was dat de Egyptenaren hun goud en zilver aan de Israëlieten gaven (Ex.12:35).

De Egyptenaren deden dit vanuit de vrijwilligheid van hun hart vanwege het oordelende schudden van hun land; dit goud en zilver was de definitie al het eigendom van de God van Israël, want Hij had het zelf geschapen.

Maar in de tweede plaats was dit goud en zilver en uitbetaling van achterstallig salaris vanwege de vele jaren van het economisch uitbuiten van het volk Israël. Dankzij dit goud en zilver waren de Israëlieten in staat om de Heer vrijwillige gaven te brengen voor de bouw van Zijn huis in de woestijn (Ex.25:1, 36:3-7).

Ook in de eindtijd zal er door het soevereine schudden van God een verplaatsing van rijkdom totstand komen; dit zal de grootste overplaatsing van rijkdom zijn die ooit in de geschiedenis van de mensheid heeft plaatsgevonden, omdat God de eigenaar is van al het goud en zilver in de wereld.

God zal Zich in die tijd bewijzen als de Bron van alle voorzieningen, wanneer Hij beslag legt op al het goud en zilver van de wereld; het is namelijk een principe in het koninkrijk van God dat de zalving van de Heilige Geest autoriteit verschaft in de geestelijke wereld, maar het zelfde principe geldt voor goud en zilver dat autoriteit verschaft in de natuurlijke wereld, lees Luc.16:8-9.

God is de Eigenaar en de Bron van zowel de zalving voor geestelijke autoriteit en van geld voor natuurlijke autoriteit; daarom behoren de autoriteit, de macht en de invloed van goud en zilver aan de Heer.

Daarom zal God in de eindtijd Zijn geestelijke autoriteit aan de gemeente geven d.m.v. wonderen en tekenen, maar God gaat ook natuurlijke autoriteit aan de gemeente geven door het oversluizen van de rijkdommen van de wereld naar de gemeente (Jes.23:18).

Daarom zal de gemeente in de eindtijd meer dan ooit ervaren dat God bovennatuurlijke voorziening geeft, niet alleen in de geestelijke wereld maar ook in de natuurlijke wereld. Dat betekent echter in geen enkel opzicht dat gelovigen op persoonlijk vlak opeens enorm rijk zullen worden, waardoor zij grotere huizen kunnen kopen en zich meer luxe kunnen veroorloven; integendeel!

Nee, God gaat Zijn eigendomsrechten over de rijkdommen van de wereld bewijzen en deze rijkdommen doorsluizen naar de gemeente om de verkondiging van het evangelie over de hele wereld te kunnen sponsoren, wat onder andere het zorgen voor de armen van de wereld inhoudt.

Deut.8:18 U moet beseffen dat het de HEER, uw God, is die u in staat stelt om die welvaart te verwerven, omdat Hij Zich wil houden aan wat Hij uw voorouders onder ede heeft beloofd, zoals Hij dat tot nu toe heeft gedaan.

In Ps.24:1, 50:10, 89:12, 1Kor.10:26 maakt God duidelijk dat alle rijkdommen van de wereld aan Hem toebehoren; en onze Heer zal deze rijkdommen ter beschikking stellen aan Zijn gemeente om het werk van het koninkrijk in deze eeuw te voltooien voordat Jezus naar de aarde terugkeert.

In slechts enkele weken tijd veranderde het volk Israël van een slavenvolk in een volk dat miljoenen bezat in de vorm van goud en zilver, en God kan als Eigenaar van al het goud en zilver in de wereld dat met gemak opnieuw doen.

Een ander voorbeeld uit de Bijbel is het levensverhaal van Jozef; van zijn 17e tot zijn 30e jaar was hij een Hebreeuwse slaaf die in de gevangenis zat, maar binnen één dag kreeg hij het volledige beheer over alle rijkdommen van Egypte, hoewel hij in geen enkel opzicht op het natuurlijke vlak was opgeleid voor deze positie (Gen.41:39-46).

En dat is precies zoals onze Heer het wil; Hij geeft zowel Zijn geestelijke als natuurlijke autoriteit aan mensen die van nature zwak en gebroken zijn, maar die een gewillig hart hebben om zich volledig toe te wijden aan Gods koninkrijk.

God is niet op zoek naar topeconomen die volledig zijn opgeleid volgens de wereldse maatstaven, maar God is op zoek naar betrouwbare mensen van hart en geest die alles wat hen wordt toevertrouwd zullen investeren in Gods koninkrijk (Luc.16:10-11) zonder daarbij iets voor zichzelf op te eisen, omdat hun hart verzadigd is in Jezus (1Tim.6:6).

Het zilver en het goud uit Hag.2:8 is een onderdeel van Gods plan om Zijn gemeente in de eindtijd overvloedig te vullen met Zijn glorie, en wij moeten geestelijk leren groeien op een manier die ons in harmonie brengt met dit plan van God.

God heeft de rijke mensen van de wereld niet nodig om het probleem van financiële tekorten in de gemeente van de eindtijd op te lossen, want God is volledig soeverein om dit probleem op te lossen met mensen die van van nature zwak zijn zoals Jozef en Mozes.

De gemeente van de eindtijd zal het unieke centrum van wereldwijde opwekking zijn, en als opwekkingscentrum zal de gemeente in de eerste plaats een huis van gebed en aanbidding zijn (Jes.56:7).

De gemeente zal ook een plaats van onderwijs en relaties zijn (Hand.2:42), maar de gemeente van de eindtijd zal zeer zeker ook een plaats van wereldwijde zegen voor de armen zijn (Hand.2:44-47, 4:32-37, 11:27-30).

God heeft altijd financiële wonderen gedaan in de geschiedenis van de verlossing en zo voorzag Jezus tot tweemaal toe een grote massa mensen van eten terwijl er op dat moment vrijwel niets beschikbaar was.

Zo ontving de politieke leider van de Joden in de tijd van Haggai en Zacharia, Zerubbabel, de geestelijke autoriteit om het Joodse volk van al het nodige te voorzien op materieel gebied (Hag.2:23).

Zerubbabel is een symbool van de apostelen in de eindtijd; deze moderne apostelen zullen de autoriteit hebben om geestelijk beheer te hebben over zeer grote financiële bedragen en die te investeren in het koninkrijk van God om daarmee de terugkeer van Jezus enorm te bespoedigen.

D: Onderwijs geven over financiën. 
Er zijn vier zeer belangrijke redenen om onderwijs te geven over financiën, zodat wij in ons hart op één lijn komen met de normen en waarden van onze Heer.

1) Kostbare gehoorzaamheid is een vorm van liefde en aanbidding (2Sam.24:24); wanneer wij geld geven aan de Heer, is dat een belijdenis van Zijn eigendomsrechten over al ons geld en het is een expressie van onze liefde voor Hem.

2) Geld geven is een expressie van bewogenheid voor de armen vanuit de barmhartigheid van God voor hen (Matt.6:1-4); wanneer wij geld aan de armen geven, identificeren wij onszelf met de barmhartigheid van God die wij zelf van Hem ontvangen hebben en nu aan anderen doorgeven.

3) Geld geven is een praktische manier om te functioneren in het huis van God; door geld te geven brengen wij voedsel in het huis van God (Mal.3:10), en waar ons hart is daar zal ook onze schat zijn (Matt.6:21).

4) Geld geven is een instrument tot bovennatuurlijk partnerschap met God; want wij kunnen mensen beïnvloeden met ons geld, we kunnen geld vermenigvuldigen, maar we kunnen geld ook vertalen naar eeuwige rijkdom. Door onze gehoorzaamheid erkennen wij Jezus als Heer, maar door geloof en betrouwbaarheid erkennen wij Hem als onze Bron van voorziening, en daarmee is ons partnerschap met Hem gevestigd (Mal.3:10-12).

Het geven van tienden volgens de principes van de Bijbel brengt de diepstverborgen angsten van ons hart naar boven, maar wanneer wij leren om regelmatig onze tienden te geven van al onze inkomsten (Spr.3:9), brengen wij samen met onze gaven ook onze angsten voor de troon van God.

Een levensstijl van geven, vasten en gebed (Matt.6) zal ons hart bevrijden van angst voor financiële tekorten, en zo zullen wij leren ontdekken dat de Heer altijd in al onze behoeften zal voorzien (Fil.4:18-20). In dat proces zal ons hart bevrijd worden van de hardnekkige angst voor tekort; zo belijden wij Jezus als onze Heer, als de Bron van genade, als Bron van voorziening en als onze hemelse Partner.

E: De krachtdemonstraties van God. 
De eindtijd zal een periode zijn waarin de glorie van God optimaal aanwezig zal zijn in de gemeente van Jezus in de grootst mogelijke volheid; de demonstratie van Gods kracht zal zichtbaar worden de harten van mensen, wanneer zij openbaring ontvangen over de liefde waarmee God hen liefheeft.

Maar God zal Zijn kracht niet alleen daartoe beperken, want ook zal Zijn kracht zichtbaar worden in ontelbaar veel wonderen en tekenen door de genezing van zieken, de bevrijding van gebondenen en zelfs de opwekking van doden.

Maar ook daarin zal de kracht van God niet beperkt blijven, want God wil Zijn soevereine kracht ook demonstreren in bovennatuurlijke wonderen op het gebied van financiën. Want God wil Zijn gemeente van de eindtijd bovennatuurlijk voorzien van alle middelen die nodig zijn om Zijn koninkrijk over de aarde te verkondigen en alle armen en behoeften van voedsel en kleding te voorzien.

De gemeente van de eindtijd zal voor het grootste deel bestaan uit arme en jonge mensen, want zij vormen nu al het grootste deel van de wereldbevolking; en God zal in Zijn soevereiniteit de volken zodanig schudden dat Zijn arme en jonge gemeente in ruime mate de middelen zal krijgen die nodig zijn om de Grote Opdracht te voltooien.

Welvaart is een relatief begrip, want iemand met een jaarinkomen van 30.000 euro zal meer genieten van 5000 euro winst dan een multimiljonair zal genieten van 5 miljoen euro winst; God nodigt Zijn wereldwijde gemeente uit om binnen te treden in de demonstraties van Zijn kracht op het gebied van financiën.

Iedere gelovige - arm of rijk - wordt uitgenodigd om een begin te maken met een persoonlijke geschiedenis in God op het gebied van Zijn voorziening in financiële middelen die buiten het bereik van het eigen menselijke kunnen liggen. Maar deze voorziening is bedoeld ten behoeve van de uitbreiding van Gods koninkrijk door middel van de verspreiding van het evangelie.

God wil de gelovigen vertrouwen geven in Hem, zodat wanneer de volken beven van angst, wij zoveel ervaring hebben opgebouwd met de voorziening van God, dat wij temidden van bange mensen vol vertrouwen zijn in zekerheid dat God zal voorzien wanneer de economie faalt.

Maar het grote probleem is dat vele gelovigen - vooral in de westerse wereld - nog nooit geleerd hebben om God te vertrouwen op het gebied van Zijn voorziening; wanneer dan de volken beven van angst vanwege wat komen gaat, zullen deze gelovigen geen enkele hoop kunnen bieden omdat zijzelf ook beven van angst vanwege het gebrek aan een persoonlijke geschiedenis in God op het gebied van Zijn voorziening.

Maar God wil Zijn gemeente nu al uit de veilige zone van comfort lokken om in te gaan op Zijn uitnodiging en Hem te leren vertrouwen op het gebied van Zijn voorziening. Zijn onderwijs op dit gebied is relatief ten opzichte van ons inkomen, want voor een student met een inkomen van 10.000 euro is een gift van 50 euro veel groter dan iemand met een inkomen van een miljoen euro die een gift geeft van 1000 euro.

God wil ons onderwijzen vanuit Zijn plan met ons leven en vanuit de omstandigheden waarin Hij ons heeft gebracht.

God is de Eigenaar van geestelijke autoriteit die Hij aan ons geeft d.m.v. Zijn zalving, zodat wij geestelijke autoriteit ontvangen in prediking, genezing, bevrijding en nog veel meer; God is ook de Eigenaar van natuurlijke autoriteit op het gebied van financiën, en ook daarin wil Hij ons autoriteit geven.

Maar Jezus maakt op dit gebied een probleem duidelijk in Luc.16:10-13, want Hij stelt dat betrouwbaarheid op het natuurlijke vlak van financiën een graadmeter is voor betrouwbaarheid op het gebied van geestelijke zalving en autoriteit.

Wanneer wij in staat zijn om betrouwbaar te zijn op het natuurlijke gebied van financiën, zullen wij ook in staat zijn om betrouwbaar te zijn op het gebied van geestelijke autoriteit. God heeft een plan voor ons hele leven, niet alleen maar voor ons bediening, onze gemeente of ons gezin, maar ook voor onze financiën; want Hij is de Heer van ons hele leven.

Wij moeten in dit opzicht eerst leren om leeuwen en beren te verslaan, voordat wij er aan toe zijn om reuzen als Goliath te verslaan (1Sam.17:33-37).

F: De leerschool van het geven aan God. 
We beginnen met onze leerschool in God op het gebied van financiën, wanneer wij een begin maken met het geven van tienden van al onze inkomens; dat is waartoe God ons uitdaagt als het begin van onze leerschool in het geloof (Mal.3:10-12).

Dit is het begin van onze leerschool waarin de Heer van ons vraagt dat wij daarin betrouwbaar zullen zijn; en vandaaruit zal Hij ons stap voor stap verder leiden naar grotere hoogten en diepten op het gebied van leven in vertrouwen in de voorziening van God.

Met het geven van onze tienden proclameren wij dat God de Bron van onze voorziening is; en de Heer vraagt van ons deze geloofsbelijdenis dat Hij de Bron van voorziening op basis van deze tienden is. Maar de Heer wil verdergaan, want Hij is de Bron van alle voorziening in ons leven, d.w.z. 100 procent.

Hij wil ons laten zien dat wij de neiging hebben om op onszelf te vertrouwen en ook dat wij moeilijkheden hebben om Hem te vertrouwen. En de Heer wil dit bolwerk van vertrouwen in onszelf omver halen en ons in heerlijke verrukking brengen door ons te laten zien dat Hij volkomen betrouwbaar is als onze Bron van voorziening.

God heeft Zijn koninkrijk zodanig opgezet dat wij d.m.v. het geven van onze tienden elke keer opnieuw belijdenis afleggen van onze afhankelijkheid van de Heer als onze Bron van voorziening; 2Kor.8:7-9 noemt dit in het Grieks de genade van het geven.

Het geven van geld en goederen ten behoeve van Gods koninkrijk is een genade die God aan iedere gelovige geeft; en de introductie tot deze genade is het geven van tienden van al onze inkomsten. God vraagt dit van iedere gelovige omdat Hij weet hoe rijk Hij is, hoe gewillig Hij is en hoe betrouwbaar Hij is, maar Hij weet ook hoe angstig en onzeker wij op dat terrein zijn.

Daarom daagt de Heer ons uit om week na week en maand na maand te proclameren dat de Heer onze Bron van voorziening is; van daaruit gaan wij op een excursie met de Heilige Geest om stap voor stap uit de veiligheidszone tevoorschijn te komen en de Heer voor grotere gebieden in onze voorziening te vertrouwen.

Zo bouwen wij een persoonlijk leven met God op in het gebied van onze financiën, want geld speelt een veel grotere rol in ons leven dan wij denken. Ongeveer 2000 teksten in de Bijbel gaan over geld in relatie tot onze tijd, onze kracht, onze erfenis en onze opvoeding; daarom speelt geld een zeer grote rol op het gebied van onze natuurlijke autoriteit.

Geld vertegenwoordigt ook onze liefde en onze passie in het leven, zowel in het geven van geld als in het terughouden daarvan; het weerspiegelt ons vertrouwen of ons gebrek aan vertrouwen, want het investeren van geld heeft te maken met het investeren van liefde.

Onze houding ten opzichte van geld weerspiegelt onze houding ten opzichte van de Heer; het is onmogelijk om te bidden en te vasten en het woord van God te lezen en tegelijkertijd op het gebied van geven ongehoorzaam te zijn en vervolgens te denken dat wij daarna geestelijk volwassen kunnen worden.

Geestelijke volwassenheid kan gemeten worden aan de manier waarop wij tijd, geld, seksualiteit en woorden spenderen; deze vier gebieden laten altijd zien hoe groot of klein de realiteit van ons geloof is. Wanneer wij niet op één lijn staan met God op het gebied van financiën, zullen wij ook niet op één lijn staan met God in de rest van ons leven.

Tijden van vasten, gebed en het lezen van Gods woord zijn geen vervanging voor onze betrouwbaarheid op het gebied van geven; wanneer wij Hem volgen op het gebied van onze financiën, belijden wij dat Hij de Heer van al het goud en zilver is. Maar de geest van ongeloof, die maakt dat wij bang zijn dat God niet zal zijn wie Hij zegt te zijn, komt het sterkst tot uiting op het gebied van financiën en maakt dat geestelijke groei verstikt wordt door dit ongeloof in de belofte van Gods voorziening.

Mal.3:16-17 Zo spraken de mensen die ontzag voor de HEER hadden tegen elkaar, en de HEER hoorde het en luisterde aandachtig. In Zijn bijzijn werden in een boek de namen van de mensen opgetekend die ontzag voor de HEER hadden, die Zijn naam hoogachtten. Op de dag die Ik voorbereid, zegt de HEER van de hemelse machten, zullen zij Mijn eigendom zijn. Ik zal hen sparen zoals je een kind spaart dat je gehoorzaam is.

Het boek van de profeet Maleachi is het laatste boek van het Oude Testament en kondigt in Mal. 3:16-24 de grote Dag van de Heer aan; deze dag van de Heer zal een dag van oordeel zijn die onderscheid maakt tussen gelovigen en ongelovigen, tussen hen die gehoorzaam zijn en hen die ongehoorzaam zijn.

Gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid, geloof en ongeloof worden in dit Bijbelboek over een aantal terreinen van het leven zichtbaar gemaakt.

Mal.1:2-5 spreekt over de twijfel van mensen over Gods liefde en Zijn uitverkiezing.

Mal.1:6-14 spreekt over de minachting van mensen voor God door gebrek aan toewijding.

Mal.2:1-9 spreekt over gebrek aan ontzag voor God in de relatie met Hem als priesters.

Mal.2:10-16 spreekt over ontrouw en overspel in huwelijksrelaties.

Mal.2:17-3:5 spreekt over het louterende vuur van God over compromis en rebellie.

Mal.3:6-12 spreekt over ontrouw op het gebied van financiën.

Mal.3:13-15 spreekt over het negatieve gebruik van de woorden van onze mond.

Dit kleine Bijbelboek begint met twijfel over de liefde van God en gebrek aan ontzag voor Zijn naam, maar deze twijfel en dit gebrek aan ontzag komen tot expressie in ontrouw op het gebied van seksualiteit (2:10-16), ontrouw op het gebied van financiën (3:6-12), en negatief gebruik van onze woorden (3:13-15).

De prominente rol van het onderwerp van financiën in dit Bijbelboek moet ons ernstig denken zetten.

G: Angst als bolwerk m.b.t. financiën. 
Marc.10:17-22 Toen Hij Zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel en vroeg: Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?

Jezus antwoordde: Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.

Toen zei de man: Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden. Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg Mij. Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.


Jezus hield ontzettend van deze jongeman (vers 21) en verlangde naar een goede relatie met hem, maar daarvoor moest deze jongeman afrekenen met een bolwerk van angst; en daartoe gaf Jezus hem een vijfvoudig advies.

Deze jongeman moest naar huis gaan, alles verkopen wat hij bezat en het geld aan de armen geven, en daarna bij Jezus terugkomen en Hem volgen.

Jezus maakte de jongeman duidelijk dat Hij graag een relatie met hem wilde hebben, maar deze jongeman had grote angst op het gebied van geld; en Jezus wilde hem vrijmaken van deze angst. Deze opdracht om alles weg te geven geldt niet voor alle rijke mensen, maar het was het juiste medicijn in deze specifieke situatie.

In Luc.19:1-10 lezen we over de ontmoeting van Jezus met Zacheüs, een belastingambtenaar; het resultaat van deze ontmoeting was dat Zacheüs bereid was om viervoudige vergoeding te geven aan iedereen die hij afgeperst had, en verder wilde hij de helft van zijn bezittingen aan de armen geven (vers 8).

De conclusie van Jezus was dat de hele privé-situatie van Zacheüs door zijn eigen houding een radicale transformatie van herstel onderging; en het was voor Jezus niet nodig om Zacheüs advies te geven op het gebied van geld.

Maar deze rijke jongeman zat hopeloos vastgebonden in zijn angst om zijn rijkdommen te verliezen; deze angst vormde een bolwerk die hem zou verhinderen om intimiteit met Jezus te ervaren. Daarom gaf Jezus hem het enige goede advies namelijk om zijn rijkdommen te nemen en uit te zaaien in het koninkrijk van God; dan zou het bolwerk in zijn emotionele hart afgebroken worden en zou hij daarna in staat zijn om een zeer goede relatie met Jezus aan te gaan en volledig bereid zijn om Hem te volgen.

Het advies van Jezus raakte hem in zijn meest kwetsbare plek, namelijk het bolwerk van angst dat hem verhinderde om de God van Israël te vertrouwen als zijn enige Bron van voorziening.

Wij hebben allemaal een probleem op het gebied van vertrouwen in God als het gaat om financiën, en deze jongeman had op dat gebied een zéér groot probleem. Maar het is een feit dat wij geen werkelijke intimiteit met God zullen ervaren, wanneer Hij onze stem niet kan horen op het gebied van financiën en ons vertrouwen in Hem als onze enige Bron van voorziening.

Wanneer wij niet werkelijk geloven dat God onze stem hoort en Hij onze gebeden wil verhoren - ook op het gebied van financiën - zullen wij niet werkelijk intimiteit met Hem ervaren.

Intimiteit met God is niet alleen maar een kwestie van de juiste Bijbelteksten, maar veel meer een zaak van ervaring; wanneer wij een persoonlijke geschiedenis in God hebben waarin wij steeds meer ervaren dat Hij onze stem hoort en onze gebeden verhoort, zal dat leiden tot een groeiend vertrouwen in ons hart over de betrouwbaarheid van Gods karakter.

Wij zullen dan gefascineerd raken in de betrouwbaarheid van God en Zijn woord, en we zullen dan moed ontwikkelen om verdere stappen in geloof te zetten in onze relatie met Hem.

Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’

Marc.10:24-27 De leerlingen schrokken van Zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.

Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: Wie kan er dan nog gered worden? Jezus keek hen aan en zei: Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.

In dit gedeelte legt Jezus aan Zijn volgelingen uit wat er gebeurde; Jezus maakt hier duidelijk dat Hij precies de gevoelige plek in het leven van deze jongeman aanraakte, een plek die deze jongeman verhinderde om intimiteit met Jezus te ervaren en vandaaruit volledig bereid te zijn om Jezus te volgen.

Jezus maakt hier de dynamische principes van het koninkrijk van God duidelijk, en verklaart daarmee de reden waarom het voor rijke mensen moeilijker is om zich volledig over te geven aan dit koninkrijk. Daarbij gaat het niet zozeer om eeuwige redding, maar veel meer nog om het uitleven van deze principes van Gods koninkrijk in het tijdelijke leven op aarde.

Het probleem van deze rijke jongeman was dat hij zichzelf zag als de bron van zijn voorziening; en dat is het probleem van de meeste rijke mensen die hun welvaart, carrière en positie zien als het fundament van hun leven.

Arme mensen echter hebben geen enkele schijn van kans om zichzelf te zien als de bron van hun voorziening in dit leven, en om die reden is het voor hen veel gemakkelijker om rijk te zijn in het geloof en deel te krijgen aan het koninkrijk van God (Jac.2:5). Maar voor het overgrote deel van de mensen in de westerse wereld is het een feit dat zij zichzelf zien als hun enige bron van voorziening die hun leven zinvol maakt.

In 1Tim.6:17-19 waarschuwt Paulus rijke mensen in de gemeente, dat zij hun vertrouwen niet moeten stellen op iets wat zo onzeker is als aardse rijkdom; vooral rijke mensen moeten leren om hun vertrouwen op God te stellen die in alles wil voorzien.

Om die reden moeten rijke mensen leren om vooral te geven, goed te doen, rijk te zijn aan goede daden, vrijgevig en bereid om te delen met anderen. Gelovigen in de westerse wereld hebben een dagelijks probleem op dit terrein, want een jaarinkomen van 30.000 euro maakt iemand al tot een deel van de rijke bovenlaag op aarde.

Het gevolg is dat wij onbewust, half bewust of zeer bewust ons vertrouwen stellen op onze bankrekening en bezittingen, maar het woord van God voorspelt ons dat God in Zijn grote liefde elke sector van de menselijke samenleving gaat schudden om ons te laten zien dat alleen Hij de enige betrouwbare Bron van voorziening is.

Tot aan die tijd wil Hij ons met alle plezier stap voor stap leren om deze weg met Hem te wandelen en ons vóór die tijd een persoonlijke geschiedenis met Hem te geven, zodat wij klaarstaan wanneer de rest van de hele wereld op zijn grondvesten geschud wordt.

Marc.10:28-31 Petrus nam het woord en zei: Maar wij hebben alles achtergelaten om U te volgen! Jezus zei: Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van Mij en het evangelie, zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.

Vervolgens maakt Jezus in antwoord op een reactie van Petrus duidelijk dat niemand in de eeuwigheid voor de troon van God zal staan als een radicale volgeling van Jezus die alles heeft opgegeven om Jezus te kunnen volgen, zonder dat hij de vervulling van Jezus’ belofte heeft ervaren van honderdvoudige vergoeding in zijn tijd op aarde.

Het opgeven van aardse relaties wordt door Jezus gecompenseerd met geestelijke relaties, het opgeven van aardse bezittingen wordt door Jezus gecompenseerd met voorziening in alles wat nodig is; en Jezus belooft een honderdvoudige compensatie op basis van Zijn plechtige belofte.

Wel is het zo dat Gods rekenmethodes vaak enorm verschillen van onze rekenmethodes, zodat wij wel geestelijke ogen nodig hebben om te zien hoe Jezus ons honderdvoudig compenseert wanneer wij zowel natuurlijke relaties als natuurlijke bezittingen opgeven terwille van Hem.

Het kan zijn dat wij niet altijd de volledige vervulling zullen zien van Jezus’ belofte, maar we kunnen er wel zeker van zijn dat die vervulling op aarde aanwezig is. Daarnaast moeten we rekening houden met het feit dat Jezus gezegd heeft dat dit gepaard gaat met vervolging, maar de uiteindelijke beloning is het eeuwige leven.

H: De genade van het geven. 
2Kor.8:7-9 U blinkt in alles uit: in geloof, in kennis en welsprekendheid, in inzet op elk gebied, in de liefde die wij in u hebben gewekt; blink dus ook uit in dit goede werk. Ik zeg dit niet als een bevel; door op de inzet van anderen te wijzen wil ik nagaan of uw liefde oprecht is.

Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: Hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door Zijn armoede rijk zou worden.

Onze Heer wil Zijn gemeente nu en in de eindtijd oproepen tot de honderdvoudig dynamiek van Zijn koninkrijk, want God heeft grote aandacht voor Zijn bovennatuurlijke voorziening op het gebied van
financiën. Want Hij wil ons maken tot een oord van vrede en rust voor de ongelovigen op aarde, wanneer de wereld in de eindtijd geschud wordt op zijn grondvesten.

Paulus complimenteert de gelovigen in Korinte op hun geestelijke welvaart in de gemeente, want zij blinken uit in geloof, in kennis en in welsprekendheid, in inzet op elk gebied en ook in de liefde die gegroeid is door de investering van Paulus en zijn team.

Maar hij spoort hen aan om ook uit te blinken in het goede werk van geven; het Griekse woord dat hier gebruikt wordt voor “goede werk” is het woord charis dat letterlijk genade betekent. Paulus spreekt hier over de genade van het geven.

Er is een samenwerking mogelijk tussen de Heer en Zijn gemeente op het gebied van financiën en bovennatuurlijke voorziening, die door Paulus omschreven wordt als de genade van het geven. Want wanneer er wel sprake is van geloof, kennis, profetisch spreken, inzet en liefde op geestelijk gebied, is het belangrijk de dimensie van het geven op financieel gebied niet te verwaarlozen.

Het is onmogelijk om op langere termijn God wel te kennen op geestelijk gebied, maar Hem buiten te sluiten op het natuurlijke gebied van onze financiën. Wanneer wij de genade van God niet leren kennen op het gebied van bovennatuurlijke voorziening in financiën, zullen we nooit overvloedig zijn in het kennen van Zijn voorziening op geestelijk gebied, zowel individueel als collectief in de gemeente.

Want wat God heeft samengevoegd, mag een mens niet scheiden (Matt.19:6). Dit heeft niets te maken met het geven van veel geld, maar met het ontwikkelen van een relatie met God op het gebied van Zijn bovennatuurlijke voorziening; dit is een noodzakelijke les voor zowel rijken als armen.

2Kor.9:6-10 Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal ook overvloedig oogsten. Laat ieder zoveel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft.

God heeft de macht u te overstelpen met al Zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten voldoende voor uzelf hebt en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk. Zo staat er geschreven: Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd. God, die zaad geeft om te zaaien en brood om te eten, zal ook u zaad geven en het laten ontkiemen, zodat uw vrijgevigheid een rijke oogst opbrengt.

Paulus vervolgt zijn onderwijs met een voorbeeld uit de landbouw, en gebruikt daarbij het principe van zaaien en oogsten als voorbeeld voor onze hartsgesteldheid op het gebied van financiën. De mate waarin wij zaaien is namelijk de mate waarin wij zullen oogsten, want dat is nu eenmaal het principe van zaaien, en je kunt nooit meer oogsten dan je gezaaid hebt.

Wanneer je zaad zaait voor een enkele hectare, kun je niet verwachten dat je tien hectare zult kunnen oogsten; het is zowel in de natuur als in het geestelijke leven een wetmatigheid dat je oogst wat je gezaaid hebt, niet meer en niet minder dan dat (Gal.6:7-10).

Wanneer je veel wilt oogsten, moet je dus ook veel zaaien, niet alleen geestelijk maar ook natuurlijk; want God wil Zich op beide terreinen laten kennen als onze bovennatuurlijke Bron van voorziening. Maar bij het zaaien moeten we wel altijd rekening houden met het seizoen van wachten, omdat elk zaad de tijd nodig heeft om te kunnen groeien (Gal.6:9, Jac.5:7). Maar wanneer wij een grote oogst willen, moeten we veel zaaien.

J: Geestelijke effectiviteit en betrouwbaarheid. 
Luc.16:8b-13 De kinderen van deze wereld gaan immers slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht. Ook ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is.

Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt?

Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.

In Luc.16:1-13 maakt Jezus in Zijn onderwijs duidelijk hoe de realiteit van de geestelijke
wereld samenwerkt met de realiteit in de natuurlijke wereld, hoe geestelijke autoriteit samenwerkt met natuurlijke autoriteit, hoe geestelijke zalving samenwerkt met autoriteit op het gebied van financiën.

Jezus vertelde een gelijkenis over een man die in grote financiële problemen kwam, omdat hij werd ontslagen vanwege zijn oneerlijkheid; maar voordat hij ontslagen werd, regelde hij zijn zaken zodanig dat hij geholpen zou worden nadat hij zou zijn ontslagen.

Jezus stelt in vers 8 dat ongelovigen beter in staat zijn effectief met hun geld om te gaan dan gelovigen, en vervolgens daagt Hij gelovigen uit om hun geld ook optimaal te gebruiken. Want ongelovigen gebruiken hun geld om mensen te beïnvloeden, en hoewel de mammon vals is, stimuleert Jezus ook ons om geld toch optimaal te gebruiken.

Wij kunnen ook mensen met ons geld beïnvloeden, ook wij kunnen geld vermenigvuldigen; maar wat ongelovigen niet kunnen, dat kunnen wij wel namelijk geld vertalen naar eeuwige rijkdom. Toch blijft voor ons noodzakelijk dat wij op een betrouwbare manier blijven omgaan met geld (vers 10), maar wij hebben het voorrecht dat we geld niet alleen op een natuurlijke manier kunnen vermenigvuldigen maar ook op een geestelijke manier.

Vanaf vers 10 trekt Jezus een vergelijking tussen de natuurlijke en de geestelijke realiteit; natuurlijke realiteit is minder krachtig dan de geestelijke realiteit maar niettemin kunnen we op dat terrein grote invloed uitoefenen.

En Jezus stelt dat wie betrouwbaar is in datgene wat minder belangrijk is, ook betrouwbaar zal zijn in datgene wat van veel grotere waarde is; maar Jezus spreekt hier niet over betrouwbaarheid over weinig of veel geld, Hij spreekt hier over betrouwbaarheid op het minder invloedrijke gebied van financiën en betrouwbaarheid op het veel invloedrijkere gebied van geestelijke zalving.

Wanneer wij autoriteit op het kleine natuurlijke gebied op een goede manier gebruiken, zullen wij autoriteit op het grotere gebied van geestelijke invloed ook op een goede manier gebruiken. Wanneer wij effectief zijn op het natuurlijke vlak van financiën - ongeacht de grootte van het geldbedrag - zullen wij ook effectief zijn op het geestelijke vlak.

Wanneer wij echter niet effectief kunnen zijn op het natuurlijke vlak of zelfs daarin onbetrouwbaar zijn, hoe kunnen we dan verwachten effectief of betrouwbaar te zijn in geestelijke autoriteit?

De kracht van God in geestelijke zalving is de grootst mogelijke kracht die een mens op aarde ter beschikking kan krijgen; wanneer God ons werkelijk belangrijke dingen (vers 11b) toevertrouwt - hetzij zalving in prediking of zalving in wonderen en tekenen - beschikken wij over de grootst mogelijke autoriteit op aarde.

Een prediker met zalving om zieken te genezen heeft veel grotere invloed op mensen dan de rijkste man op aarde; geestelijke rijkdom is veel krachtiger dan natuurlijke rijkdom. Geestelijke openbaring, zalving in prediking, kracht om zieken te genezen en autoriteit om gebondenen te bevrijden zal een veel grotere invloed op veel grotere aantallen mensen hebben dan de rijkste man ter wereld ooit kan bereiken.

En Jezus zoekt naar mensen die betrouwbaar zijn op het natuurlijke vlak, omdat Hij weet dat zij dan ook betrouwbaar zullen zijn op het geestelijke vlak; maar het is dwaas om van jezelf te veronderstellen dat je betrouwbaar bent in geestelijke zalving, wanneer je onbetrouwbaar bent op het gebied van financiën.

Wanneer wij moeite hebben om tien procent van ons inkomen aan de Heer te geven, zullen wij nog veel meer moeite hebben om de eer van onze geestelijke zalving aan Hem te geven.

Wanneer wij nog een worsteling hebben op het gebied van natuurlijke invloed, wat vaak het meeste zichtbaar wordt in onze worsteling op het gebied van geld, zullen wij een nog grotere worsteling hebben op het gebied van geestelijke invloed. Want wij staan voor de keus om God te gehoorzamen op het gebied van geld door onze tienden te geven, of wij geven toe aan de vele impulsen van angst waardoor wij ongehoorzaam blijven op dit terrein.

Dat wil nog niet zeggen dat God ons pas enige vorm van geestelijke zalving zal toevertrouwen wanneer wij volledig vrij van worsteling zijn op het natuurlijke vlak. Integendeel, maar Jezus confronteert ons wel met de realiteit van relatie tussen natuurlijke en geestelijke invloed.

De effectiviteit en betrouwbaarheid op het natuurlijke vlak zijn leerscholen voor onze effectiviteit en betrouwbaarheid op het geestelijke vlak, want aardse en geestelijke realiteit zijn sterk met elkaar verbonden.

Geen enkele daad van liefde en gehoorzaamheid op zowel het natuurlijke als het geestelijke vlak zal door Jezus over het hoofd worden gezien; Hij zal alles onthouden wat wij gedaan hebben en het rijkelijk belonen in de eeuwigheid (Matt 10:42, Hebr.6:10). Dit geeft grote waarde aan ons leven op aarde.

K: Uitgezaaid zaad en een grote oogst. 
2Kor.9:6-11 Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal ook overvloedig oogsten. Laat ieder zoveel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft.

God heeft de macht u te overstelpen met al Zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten voldoende voor uzelf hebt en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk. Zo staat er geschreven: Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd. God, die zaad geeft om te zaaien en brood om te eten, zal ook u zaad geven en het laten ontkiemen, zodat uw vrijgevigheid een rijke oogst opbrengt.

U bent in ieder opzicht rijk geworden om in alles vrijgevig te kunnen zijn, en uw vrijgevigheid leidt door onze bemiddeling tot dankzegging aan God.

Het geven van onze tienden als een daad van gehoorzaamheid en het volgen van de aansporingen van de Heilige Geest is een goede zaak om God te leren vertrouwen als de enige werkelijke Bron van onze voorziening. Maar dat is niet de hele zaak waar het om draait want het trouw zijn in het geven is niet een vervangingsmiddel voor onze ontrouw in het kopen; geven aan God geneest ons niet van ons verlangen te kopen en te bezitten.

God wil dat wij leren om elke lust en begeerte onder Zijn heerschappij te brengen en deze neiging niet alleen maar te compenseren door het geven van onze tienden. We moeten leren om te kopen wat God wil dat we zullen kopen, maar we moeten ook leren los te laten wat God wil dat wij zullen loslaten in onze verlangens; daarnaast wil de Heer dat wij betrouwbaar zullen zijn in het geven van onze tienden.

De genade van het geven aan God zet een proces op gang waarin de bovennatuurlijke kracht van God wordt vrijgezet om ons te voorzien in alles wat wij nodig hebben; wanneer wij genade ontvangen om in gehoorzaamheid te geven, zal God op een bovennatuurlijke manier tussenbeide komen en ons voorzien van het nodige.

Zijn genade zal ons aansporen om te geven, en Zijn genade zal ons voorzien van wat we nodig hebben, maar Zijn genade zal ook ons hart vrijmaken van valse begeerten d.w.z. verlangens naar datgene wat we niet nodig hebben om rijk te zijn in God.

God wil ons namelijk zoveel genade geven dat ons hart er vooral op gericht is om uit te zaaien in Zijn koninkrijk; want God wil ons volgens vers 10 twee dingen geven, en dat is zaad en brood.

God geeft ons niet alleen brood voor dit moment, maar Hij geeft ons ook zaad om dat uit te zaaien in Zijn koninkrijk, zodat wij een rijke oogst kunnen binnenhalen. Want in vers 10 maakt Paulus duidelijk dat God juist het zaad wil vermenigvuldigen, want het zaad dat gezaaid en niet gegeten wordt is het zaad dat wordt
vermenigvuldigd.

Het zaad dat uit angst achtergehouden wordt voor eigen gebruik, is een zaad dat niét vermenigvuldigd wordt; maar het zaad dat gebruikt wordt om uit te zaaien is het zaad dat wél vermenigvuldigd wordt tot een grote oogst.

God wil ons uit onze veiligheidszone weghalen om tot een dynamische relatie met ons te komen, waarin wij ontdekken dat Hij onze Bron van voorziening is en wij durven investeren in Zijn koninkrijk. Want onze rijkdom wordt niet bepaald door wat wij ontvangen maar door datgene wat wij weggeven.

God wacht met vermenigvuldigen totdat wij gezaaid hebben, want Hij wil Zichzelf openbaren als de Bron van onze voorziening en als de Minnaar van ons hart. God wil ons krachtontmoetingen geven op grond van het verlangen van ons hart en op grond van de stappen die wij zetten in geloof; en wanneer wij zien dat God Zichzelf bewijst als betrouwbaar, raakt ons hart in vuur en vlam vanwege geestelijke opwinding over de liefde die God demonstreert, en dat maakt het leven zo zinvol.

Wanneer wij ons financiële leven laten domineren door angst en ongeloof, zullen ook geestelijke gebieden ernstig gehinderd worden om te groeien; alleen wanneer wij uit de boot van onze zelfcontrole stappen, zullen wij kunnen ontdekken dat God in staat is om ons op water te laten lopen.

God wil ons hart laten zien hoe Zijn hart over ons denkt en voelt, maar Hij zal strategisch Zijn rijkdom voor ons verborgen houden, totdat wij besluiten Hem in geloof te gehoorzamen. Zo spreekt vers 9 over het feit dat onze gerechtigheid standhoudt, omdat wij gul uitdelen aan de armen; zo werkt het koninkrijk van God.

Wanneer wij in dit proces van de vrijmaking van ons hart stappen, spreekt vers 11 over het feit dat wij in elk opzicht rijk worden, zowel geestelijk als natuurlijk; en deze vrijheid zal er toe leiden dat dankbaarheid de dominante emotie van ons hart zal worden.

Vrijheid van angst en ongeloof geeft ons grote geestelijke rijkdom in de hemel, grote natuurlijke rijkdom in relaties met mensen door onze vrijgevigheid en grote emotionele rijkdom door dankbaarheid in ons hart.

Wanneer een geest van dankbaarheid ons leven domineert, is ons hart zacht en open voor God; dan zijn we vrij van angst en ongeloof, en kritiek en bezorgdheid verdwijnen als sneeuw voor de zon. We kunnen ons nu eenmaal niet permitteren om de deur naar de bovennatuurlijke realiteit gesloten te houden door angst en ongeloof, want dit zal zich als een olievlek over ons hele geestelijke en natuurlijke leven verspreiden.

God heeft ons geld niet nodig, maar wij hebben het nodig om Hem te kunnen vertrouwen en met Hem te kunnen samenwerken, zodat wij zien en ervaren dat Hij betrouwbaar is. Daarom kunnen wij het ons niet veroorloven om niet onze tienden aan Hem te geven, want God houdt de sluizen van de hemel voor ons gesloten (Mal.3:10) juist omdat Hij ons zo liefheeft.

Een gesloten deur in de hemel zal ons wanhopig motiveren om het aangezicht van God te zoeken, totdat Hij ons in Zijn genade antwoord geeft en zegen in overvloed heeft. Door Zijn zegen terug te houden laat God ons zien dat angst en ongeloof ons het tegendeel brengen van wat we zoeken, terwijl geloof in God een dankbaar hart creëert omdat we zien dat God betrouwbaar is. Zo wordt ons leven dynamisch in relatie met God.

2Kor.9:15 Laten we God danken voor Zijn onbeschrijflijke geschenk.


V.v.d.B. (Vriend van de Bruidegom)

Deze studie heeft als uitgangspunt het onderwijs over de eindtijd van Mike Bickle, direkteur van het "International House Of Prayer" in Kansas City (U.S.A.) www.ihop.org
 
Zie voor meer studies over dit onderwerp in de Nederlandse taal op de website van Vriend van de Bruidegom
Hefzibah 

 

Actueel[toon alles]
Activiteiten[toon alles]