Jezus en onze muur




Hgl.2:9b Hij staat achter onze muur……

Dit artikel heeft als uitgangspunt het onderwijs over de eindtijd van Mike Bickle, grondlegger van het "International House Of Prayer" in Kansas City (U.S.A.)

Hgl.2:8-13 Hoor, de stem van mijn geliefde! Kijk, daar komt hij, springend over de bergen en dansend over de heuvels. Mijn geliefde lijkt op een gazelle of het jong van een hert. Zie, hij staat achter onze muur; hij kijkt aandachtig door de vensters, en met schitterende ogen kijkt hij tussen de spijlen door. Mijn geliefde antwoordt en zegt tegen mij: Sta op, mijn mooie vriendin, en kom mee. Want zie eens, de winter is voorbij, de regenbuien zijn over, ze zijn verdwenen. De bloesems zijn op het veld verschenen, de zangtijd is aangebroken, en het geluid van de tortelduif wordt in het land gehoord. De groene vijgen rijpen al aan de vijgenboom, en de bloesems van de wijnranken geven hun geur. Sta op, mijn mooie vriendin, en kom mee! 

Inhoudsopgave:

A  :
 Overzicht van Hgl.2:8-13. 

B  : De derde openbaring over Jezus: Hij is de soevereine Koning.
       B1: Een nieuwe openbaring.
       B2: Bergen en heuvels.
       B3: Zijn moeiteloze overwinning.

C  : Een muur van zelfbescherming en isolatie.
       C1: De Koning die staat. 
       C2: Jezus en onze muur. 
       C3: De visie van Jezus. 
       C4: De vurige ogen van Jezus.

D  : Uit de veiligheidszone geroepen om met Hem samen te werken. 
       D1: Jezus continueert Zijn liefdesrelatie.
       D2: Drie aspecten in het verlaten van de veiligheidszone.
       D3: De acties van Jezus.
       D4: Geen gemakkelijk antwoord.

E  : Bemoediging door de tekenen van vruchtbaarheid.
       E1: De trouw van Jezus in het verleden. 
       E2: De profetische voortekenen van de komende oogst.
       E3: Verschillende tekenen van de komende oogst.
       E4: De oproep tot urgentie.


A: Overzicht van Hgl.2:8-13.
In Hgl.1:5-7 moest de Bruid haar eerste geestelijke crisis onder ogen zien, want zij moest als een onherkenbaar gesluierde vrouw de zonde belijden dat zij haar eigen wijngaard niet had bewaakt. In Hgl.2:7 zegt de Bruidegom dat de meisjes van Jeruzalem haar met rust moeten laten, omdat de Bruid tijd nodig heeft om te genieten van de wijngaard en volledig herstel van haar intimiteit met Jezus. 

Maar vanaf Hgl.2:8 is Hij Zelf degene die haar rust verstoort; het is de stem van God Zelf die haar comfortabele leven doorbreekt. Vanaf dit moment wordt ze geconfronteerd met haar tweede geestelijke crisis, waarin verborgen angst in haar hart ontmaskerd wordt. We weten niet hoe lang de periode is tussen Hgl.2:7 en Hgl.2:8, maar het is de Bruidegom Zelf die haar wakker maakt, hoewel Hij daarvoor nog had gezegd: ‘Maak de liefde niet wakker.’ 

In dit gedeelte krijgen wij de derde openbaring over Jezus in het boek Hooglied; Jezus klopt aan de deur van ons hart om ons uit onze veiligheidszone te halen en met Hem te wandelen in volwassen partnerschap. Dit is een seizoen van veranderingen, maar de lengte van de tijdzone tussen Hgl.2:7 en Hgl.2:8 verschilt per persoon; voor ieder individu is er een unieke persoonlijke benadering.

B: De derde openbaring over Jezus: Hij is de soevereine Koning.
Hgl.2:8-9a Hoor, de stem van mijn geliefde! Kijk, daar komt hij, springend over de bergen en dansend over de heuvels. Mijn geliefde lijkt op een gazelle of het jong van een hert.


B1: Een nieuwe openbaring.
Hgl.2:8a Hoor, de stem van mijn geliefde! 

De jonge Bruid ontvangt een geheel nieuwe openbaring over Jezus als de soevereine Koning; zij ziet Jezus hier als de Heer over alles, die moeiteloos alle tegenwerkende krachten - hier aangeduid als bergen en heuvels - overwint. 

Tot op dat moment kende zij Jezus alleen maar als de Goede Herder en als de weerspiegeling van de liefdevolle Vader, die samen met haar aan tafel zit en haar liefdevol voorziet van druiven en appels. Maar nu rent en springt Hij over bergen, en zó heeft zij Hem nog nooit gezien; Hij maakt haar wakker met Zijn stem! Zij ziet Hem nog steeds als haar geliefde Bruidegom, maar Hij wil haar volledige en onverdeelde aandacht. Jezus wordt hier onthuld als de Heer der naties en als de Heer van de oogst, want Hij, de Koning, overwint alle menselijke en ook alle demonische obstakels. Psalm 29 is hier volledig van toepassing. 

Ps.29:1-4 Erken de HEER, o goden, erken de HEER, Zijn macht en majesteit, erken de HEER, de majesteit van Zijn naam, buig u voor de HEER in Zijn heilige glorie. De stem van de HEER boven de wateren, de God vol majesteit doet de donder rollen, de HEER boven de wijde wateren, de stem van de HEER vol kracht, de stem van de HEER vol glorie.

B2: Bergen en heuvels.
Hgl.2:8b Kijk, daar komt hij, springend over de bergen en dansend over de heuvels. 

Bergen spreken in de Bijbel vaak van obstakels, die volledig geloof en totale gehoorzaamheid in de weg staan; ze zijn een symbolisch beeld van menselijke en ook demonische obstakels.

Een berg is erg groot en onbeweeglijk, vaak net als natuurlijke en geestelijke gezaghebbende personen in ons leven; ze lijken permanent aanwezig te zijn en moeilijk omver te werpen. Maar de obstakels van deze wereld zijn als niets voor Koning Jezus. 

Jes.2:11b-14 Want de dag komt dat alleen de HEER hoog verheven is. Op die dag zal de HEER van de hemelse machten Zich keren tegen ieder die hoogmoedig is en trots, tegen ieder die zich verheven acht, ze worden vernederd, tegen alle ceders van de Libanon die zich zo trots verheffen, tegen de eiken van Basan, tegen de bergen met hun trotse hoogte en de heuvels die zich hoog verheffen…… 

Jes.2:2 Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen. 

Matt.28:18 Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.
 

Jezus leerde ons te spreken tegen ‘bergen van tegenstand’ en met autoriteit te bevelen dat ze moeten verdwijnen. Heuvels spreken van persoonlijke moeilijkheden in ons leven; zij zijn veel kleiner dan de bergen van verdrukking in de naties. Bergen daarentegen spreken van grote collectieve obstakels, maar het principe blijft hetzelfde. Wij kunnen heuvels op persoonlijk niveau aanspreken en als gemeente van Jezus kunnen wij door autoriteit in gebed collectief bergen aanspreken. 

Marc.11:23 Als iemand tegen die berg zegt: Kom van je plaats en stort je in zee, en niet twijfelt in zijn hart, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, dan zal het ook gebeuren.

B3: Zijn moeiteloze overwinning.
Hgl.2:9a Mijn geliefde lijkt op een gazelle of het jong van een hert. 

Dit is de derde openbaring van Jezus aan Zijn Bruid; zij ziet Hem als een gazelle, een hert dat danst en springt over de bergen (Ps.18:34). Jezus wordt hier afgebeeld in Zijn moeiteloze overwinning over al Zijn vijanden en al hun gezagsstructuren, zowel op aarde als in de hemel (Kol.1:13+2:15). Hij zetelt op Zijn troon hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige (Efez.1:21).

Hij heeft grote autoriteit over alle naties en daarom wordt Hij geopenbaard als iemand die met gemak over deze vijanden heen springt in Zijn zegevierend opstandingsleven. 

Fil.2:9 Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer tot eer van God de Vader. 

Een gazelle is een dier dat snel en zeer behendig is in zijn plotselinge bewegingen, en met groot gemak naar hooggelegen gebieden kan rennen; dit dier is een beeld van moeiteloos beklimmen van bergen. Het Hebreeuwse woord voor gazelle is ‘tsebiy’ maar behalve dat dit woord 14 keer met ‘gazelle’ wordt vertaald, wordt het 18 keer vertaald met ‘sieraad, glorie, pracht’. Daarvan heeft 9 keer betrekking op het land Israël, maar ook de Heer Zelf wordt als dit sieraad aangeduid.

De gazelle is dus een aanduiding van zowel sierlijke schoonheid als overwinnende kracht; zo ontdekt de Bruid een nieuwe openbaring over de identiteit van Jezus. Hij is schitterend mooi en ook sterk en onoverwinnelijk; geen berg is Hem te hoog. 

Jes.4:2 Op die dag zal de Heer het land tot bloei brengen, het zal als een kostbaar sieraad zijn. De rijke vrucht van het land (= Jezus de Koning-Bruidegom) zal elke Israëliet die ontkomen is met trots vervullen. 

Jes 28:5 Op die dag zal de Heer van de hemelse machten de sierlijke kroon zijn, de prachtige krans voor wie er van Zijn volk nog over zijn.
 

In Hgl.2:7 zweert Jezus bij de gazellen maar ook bij de hinden van het veld; het Hebreeuwse woord voor hinde is daar de vrouwelijke vorm van het woord hert, namelijk ‘ayalah’. Het gebruik van de vrouwelijke vorm is een aanduiding van tedere zorg, die ingegeven wordt door liefde. Dit woord wordt ook gebruikt in de aanhef van Ps.22:1 ‘Op de wijs van de hinde van de dageraad’; dit is een verwijzing naar de opstanding van de Heer op de ochtend van de eerste dag van de week (Joh.20:1).

Deze ochtend is het begin van een nieuwe dag, en zo is de opstanding van Christus het begin van een nieuw leven. Voor elke gelovige begint iedere geestelijke ervaring bij het opstandingsleven van Jezus; zo komt de Heer opnieuw tot haar, gedreven door Zijn liefde voor haar, in de frisheid en de snelheid van Zijn leven in de opstanding. Dat geldt voor de hinde in Hgl.2:7. 

Maar in Hgl.2:8 gebruikt het Hebreeuws de mannelijke vorm van het woord hert, namelijk ‘ayal’ en in tegenstelling tot Hgl.2:7 wordt Jezus hier aangeduid als een jong hert. Het Hebreeuwse woord voor ‘jong’ is ‘opher’ wat afgeleid is van het werkwoord ‘aphar’ wat te maken heeft met het doen opwaaien van stof.

De gedachte is dat het jong van een hert zo snel uit de startblokken kan springen dat het stof doet opwaaien; het jong van een hert is een aanduiding van mannelijke snelheid en kracht. 

We zien dit verschil tussen de vrouwelijke vorm van koestering en de mannelijke vorm van aansporing ook heel duidelijk in het leven van de apostel Paulus, die met beide aspecten de gemeenten benaderde in zijn houding en onderwijs. 

1Tess.2:7b-8a … we zijn u tegemoet getreden met de tederheid van een voedster die haar kinderen koestert. In die gezindheid, vol liefde voor u…… 

1Tess.2:11-12a U weet dat we voor ieder van u waren als een vader voor zijn kinderen. We hebben u aangespoord en bemoedigd en u op het hart gedrukt……


C: Een muur van zelfbescherming en isolatie.
Hgl.2:9b-d Zie, hij staat achter onze muur; hij kijkt aandachtig door de vensters, en met schitterende ogen kijkt hij tussen de spijlen door.

C1: De Koning die staat.
Hgl.2:9b Zie, Hij staat …… 

Normaal gesproken wordt onze Heer in de Bijbel beschreven als Iemand die zit op de troon, als zittend in een plaats van rust en heerschappij. Dan wordt Hij omschreven als zittend na een overwinning, terwijl Zijn vijanden onder Zijn voeten zijn. In Hgl.1:12+2:3 zit de Bruid aan tafel met haar Bruidegom, genietend van Hem en van Zijn overvloed. 

Maar hier staat Hij, klaar voor actie. Met andere woorden, hier wordt de Grote Opdracht uit Matt.20:19 aan de Bruid geïntroduceerd. Jezus is klaar om de naties te veroveren.
Toen Stefanus in Hand.7:54-60 gestenigd werd, zag hij Jezus aan de rechterhand van God staan (vs.56), terwijl Petrus in Hand.2:33 had getuigd, dat Jezus door Zijn Vader verheven was en aan de rechterhand van Zijn Vader gezeten was.

M.a.w. Jezus ging staan om de eerste martelaar uit de geschiedenis van de christelijke kerk te verwelkomen; Jezus kwam in actie en gaf een grote opwekking in de rest van het land Israël. Wanneer de Heer beschreven wordt als Iemand die staat, gaan er grote en krachtige dingen gebeuren. 

In Openb.3:20 staat Jezus voor de deur van de gemeente te Laodicea en Hij klopt aan. Nu is Jezus nooit uit het midden van Zijn gemeente verdwenen, maar hier wil Hij binnengelaten worden om een nieuw niveau van Zijn heerschappij te kunnen vestigen.

Als Jezus aan de deur van een gemeente klopt, is dat de voorbode van grondige verandering. En nu is Hij gekomen om Zijn Bruid te herinneren aan het tweede deel van haar dringende verzoek aan het begin van het boek Hooglied. 

Hgl.1:4a Trek mij met je mee, daarna zullen wij gaan rennen. 

Jezus heeft het eerste deel van dit gebed beantwoord door haar mee te nemen naar Zijn wijnhuis; daar heeft Hij de banier van Zijn liefde in haar leven hoog opgeheven. Maar nu is Hij gekomen om het tweede deel van dit gebed te vervullen; Hij nodigt haar uit om samen met Hem in actie te komen en de wereld in te rennen met de boodschap van het koninkrijk van God.

C2: Jezus en onze muur.
Hgl.2:9b Hij staat achter onze muur…… 

Jezus wordt hier beschreven als staande achter een muur. Zij denkt dat Hij achter een begrenzende muur staat, terwijl Hij in werkelijkheid in de open wereld staat, en bezig is bergen en heuvels te veroveren. Zij is degene die achter een begrenzende muur staat; zij voelt zich veilig, maar ze zit wel in een opgesloten ruimte.

Deze muur is de muur van zelfbescherming die de wereld met haar problemen en de noden van anderen buitensluit; deze muur verhindert haar om te wandelen in de risico’s van het leven in geloof. Dit is een beeld van hen die teveel naar binnen gericht zijn en die voortdurend de Heer alleen maar in hun eigen hart zoeken. De Bruid kent alleen de vreugde van de relatie met de Heer, maar nauwelijks of niet de kracht om te dienen en stand te houden in zware geestelijke strijd. 

Zij is door Hem naar de tafel in Zijn wijngaard gebracht, waar zij in Hgl.1:12-2:7 uitbundig genoten heeft van Zijn overvloed. Het was Zijn idee om haar daar naartoe te brengen en Hij wilde dat zij daar zou blijven, totdat Hij haar zou komen wakker maken voor een heel nieuw seizoen. 

Deze muur was door de Bruidegom gemaakt om haar voor een bepaalde tijd af te zonderen, maar in deze muur zitten vensters, waardoor zij nooit volledig het uitzicht op de wereld om haar heen kon verliezen. Nu is er een nieuw seizoen aangebroken, waarin zij een nieuwe openbaring over Jezus ontvangt; Hij wil haar meenemen de wereld in. 

Zij moet niet haar eigen kracht gebruiken om de Heer vast te houden maar leren om zich door de Heer te laten leiden. Zij hoeft Hem niet vast te grijpen, maar Hij wil haar vastgrijpen om haar mee de wereld in te nemen.

C3: De visie van Jezus.
Hgl.2:9c Hij kijkt aandachtig door de vensters…… 

De Bruidegom kijkt naar Zijn Bruid door de vensters, en met de blik van Zijn ogen wil Hij haar aandacht trekken, terwijl zij nog in haar privé-wereldje van zelfgerichtheid zit. Zijn ogen willen haar verlokken om naar buiten te komen; Hij wil nu dat zij Zijn visie voor de wereld overneemt.

Hij bouwde de muur om Zijn wijngaard met strategische vensteropeningen, en nu kijkt Hij door deze vensters naar binnen. Deze vensters spreken van Gods strategische plannen voor ons persoonlijke leven om ons te trainen in huwelijkspartnerschap. Zijn Goddelijk plan is op de beste manier zodanig ingericht dat het ons hart in al zijn diepten kan bereiken.

M.a.w. de muur spreekt van de wegen waarop zij op een heilige manier kwetsbaar is om aangeraakt te worden door Jezus. De Heer creëert vensters in Zijn plan om ons hart te vormen en uitzicht te blijven houden op de wereld om ons heen. 

Noach moest een venster in de ark bouwen en door dat venster liet hij een raaf en een duif los (Gen.8:6+8) om te ontdekken of de aarde al opgedroogd was. Rachab de hoer liet de twee Israëlische spionnen ontsnappen aan een koord door een venster (Joz.2:15) en ook David ontsnapte door een venster aan de handen van Saul (1Sam.19:15). 

Vensters passen in het plan van God, want als er deuren gesloten worden kan God vensters openen om ons verder te leiden in Zijn plan. Salomo maakte in de voorhal van de tempel vensters met kozijnen en traliewerk (1Kon.6:4); de Bruid beseft niet dat zij nog in de voorhal van het bruidsperspectief is. De oproep van Jezus om op te staan en mee naar buiten te gaan is tegelijkertijd een oproep om op te staan en dieper door te dringen in de tempel van het bruidsperspectief. Naar buiten gaan is tegelijkertijd dichter bij God komen. 

Jezus lokt haar in Zijn liefde, want Hij weet hoe Hij haar op de beste manier kan aanraken om haar naar buiten te kunnen leiden. Op dit moment kijkt Hij haar aan door de openingen, die Hij Zelf heeft gemaakt. Het Hebreeuwse woord dat in deze tekst voor ‘kijken’ wordt gebruikt is ‘shagach’ wat een aanduiding is van nauwkeurig toekijken, aandachtig bestuderen, oplettend gadeslaan.

De Heer kijkt aandachtig toe hoe zij zal reageren op Zijn oproep. Dit woord vinden we ook in de volgende tekst.
Ps.33:13-15 Uit de hemel ziet de HEER omlaag en slaat Hij de sterveling gade. Vanaf Zijn troon houdt Hij het oog op allen die de aarde bewonen. Hij die de harten van allen vormt, Hij doorziet al hun daden. 

Deze blik in de ogen van Jezus de Bruidegom is op zoek naar een reactie van toewijding bij Zijn Bruid, nadat Hij haar intens heeft omringd met Zijn zorg van de verlossing door het kruis en de overvloed van het wijnhuis. Nu vragen Zijn ogen om overgave en toewijding. 

2Kron.16:9 De Heer laat immers voortdurend Zijn ogen over de aarde rondgaan en biedt aan iedereen hulp, die Hem met heel zijn hart is toegedaan. 

Ps.14:2 De Heer kijkt vanuit de hemel naar de mensen om te zien of er één verstandig is, één die God zoekt.


C4: De vurige ogen van Jezus.
Hgl.2:9d …… en met schitterende ogen kijkt hij tussen de spijlen door. 

Hier gebruikt het Hebreeuws een ander woord voor ‘kijken’ namelijk ‘tsuwts’ dat 9 keer voorkomt en meestal een aanduiding is van ‘bloeien, opbloeien’ zowel van mensen als van planten. Maar het kan ook de betekenis hebben van ‘schitteren’ zoals in Psalm 132. 

Ps.132:17-18 Hier breng Ik Davids huis tot aanzien, hier ontsteek Ik een lamp voor Mijn gezalfde. Zijn vijanden bekleed Ik met schande, maar op zijn hoofd schittert een kroon. 

In het eerste deel van Hgl.2:9 kijkt Jezus nauwlettend toe, maar hier openbaart Hij Zichzelf als de Koning-Bruidegom met liefdevolle ogen als een vlammend vuur (Openb.1:14).

Jezus gebruikte deze omschrijving van Zichzelf als oplossing voor de problemen van Zijn gemeente in Tyatira (Openb.2:18-29) en Hij zei het volgende tegen hen.
Openb.2:23b Laat elke gemeente beseffen dat Ik het ben die hart en ziel van de mensen doorgrondt en dat Ik ieder van u zal belonen naar zijn daden.

C5: Donderslagen en bliksemstralen.
In Hgl.2:8 hoort de Bruid de stem (of geluid) van haar Geliefde; het Hebreeuwse woord voor stem is ook het woord voor donderslagen. In Hgl.2:9 ziet zij Zijn ogen die schitteren, wat doet denken aan bliksemstralen.

Op belangrijke momenten in de ontwikkeling van grote en nieuwe dimensies van Zijn koninkrijk openbaart de Heer Zichzelf met bliksemstralen en donderslagen. We zien dit principe in het Oude Testament in de schepping van de natuur (Jer.10:13), bij de doortocht van het volk Israël door de Rode Zee (Ps.77:19), bij de verschijning van God op de berg Sinaï (Ex.19:16) en wanneer een engel aan de profeet Daniël verschijnt in het kader van profetieën voor de eindtijd (Dan.10:6). 

Ex.19:16 Op de derde dag, bij het aanbreken van de morgen, begon het te donderen en te bliksemen, er hing een dreigende wolk boven de berg, en zeer luid weerklonk het geschal van een ramshoorn. Iedereen in het kamp beefde. 

Ps.77:19 Uw donder rolde dreunend rond, bliksems verlichtten de wereld, de aarde trilde en schokte. 

Jer.10:13 Als Hij Zijn stem verheft, ruist water uit de hemel neer. Wolken wekt Hij aan de einder, bliksems smeedt Hij, de regen valt, Hij laat de wind los uit Zijn schatkamers 

Dan.10:6 Zijn lichaam was als turkoois, Zijn gezicht leek een bliksem en Zijn ogen waren als fakkels van vuur. Zijn armen en voeten glansden als gepolijst koper en Zijn stemgeluid leek door een mensenmenigte te worden voortgebracht.
 

Maar ook in het Nieuwe Testament zien wij dat God op belangrijke momenten zeer grote openbaring geeft d.m.v. donderslagen en bliksemstralen. De engel die de steen voor het graf van Jezus weghaalde, was verlicht als een bliksem (Matt.28:30), en als antwoord op Jezus’ gebed klonk het antwoord van de Vader als een donderslag uit de hemel (Joh.12:28-29).

Maar vooral het boek Openbaring spreekt over bliksemschichten en donderslagen bij zeer belangrijke gebeurtenissen. 

Openb.4:5 Van de troon gingen bliksemschichten uit en donderslagen en groot geraas. Voor de troon brandden zeven vurige fakkels; dat zijn de zeven geesten van God. 

Openb.8:5 Toen nam de engel de wierookschaal, vulde hem met vuur van het altaar en wierp dat op de aarde. Er volgden donderslagen, groot geraas, bliksemschichten en een aardbeving. 

Openb.11:19 Toen ging Gods tempel in de hemel open en verscheen daar de ark van het verbond. Er volgden bliksemschichten, groot geraas, donderslagen, een aardbeving en zware hagel.
 

Openb.16:18 Er volgden bliksemschichten en groot geraas en donderslagen. Er kwam een zware aardbeving, zo zwaar als nog niet was voorgekomen sinds er mensen op aarde waren; verschrikkelijk was die aardbeving.
 

Donderslagen en bliksemstralen komen uit de troon van God (Openb.4:5) en spreken van oordelen in de geschiedenis (Openb.16:18) of van Gods profeten (Openb.11:19) en van Gods antwoord op de gebeden van Zijn volk (Openb.8:5).

Zij kunnen echter ook spreken van beproevingen in ons persoonlijke leven; de Bruid hoort de stem van Jezus als een donderslag en zij ziet de ogen van Jezus als bliksemstralen, net als Johannes in Openb.1:14. Dit is een totaal andere Jezus dan zij tot nu toe heeft gekend; het donderende geluid van Zijn stem en het bliksemende vuur in Zijn ogen vragen om totale aandacht. Er staan grote veranderingen te gebeuren, want Zijn stem rolt als een donder over de bergen en Zijn ogen zijn vurig als bliksemstralen. 

Ps.50:1-3 De God der goden, de HEER, gaat spreken en roept de aarde bijeen van waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat. Uit Sion, stad van volmaakte pracht, verschijnt God in stralend licht. Hij komt, onze God, en zal niet zwijgen! Laaiend vuur raast voor Hem uit, rondom Hem wervelt een storm. 

Hebr.12:25-29 Let op dat u Hem die spreekt niet afwijst. Want als zij al niet ontkomen zijn toen ze Degene afwezen die hen op aarde onderrichtte, dan kunnen wij, wanneer we ons afkeren van Degene die dat vanuit de hemel doet, helemaal niet ontkomen.


Destijds deed Zijn stem de aarde beven, nu heeft Hij deze belofte gedaan: Nog eenmaal zal Ik de aarde doen beven, en met de aarde ook de hemel. Met dat ‘nog eenmaal’ wordt bedoeld dat wat geschapen is, wankelt en verdwijnt, zodat alleen blijft wat onwankelbaar is. Laten we daarom het onwankelbare koninkrijk in dankbaarheid aanvaarden, om God zo te dienen dat Hij er behagen in schept, met eerbied en ontzag. Onze God is een verterend vuur.

D: Uit de veiligheidszone geroepen om met Hem samen te werken.
Hgl.2:10 Mijn geliefde antwoordt en zegt tegen mij: Sta op, mijn mooie vriendin, en kom mee.

D1: Jezus continueert Zijn liefdesrelatie.
Hgl.2:10b Sta op, mijn mooie vriendin, en kom mee. 

Hij spreekt haar in liefde toe; Hij noemt haar Zijn liefste, Zijn vriendin, Zijn mooiste. Dat doet Hij bij elke volgende stap in haar reis; Hij gebruikt lieflijke taal om haar te motiveren. Hij zegt haar voortdurend: ‘Jij betekent zoveel voor Mij; Ik wil regeren en heerschappij voeren met jou aan Mijn zijde.’ Zij beseft dat Hij al van haar geniet terwijl zij nog steeds aan het groeien is, en niet pas nadat zij volwassen is geworden. Zowel op de rustbank als onder de boom en zowel achter haar veilige muur zegt Hij: ‘Je bent mooi.’ 

Jezus weet wat in ons hart is; Hij ziet wanneer wij Hem willen gehoorzamen. Hij weet ook dat door de tijd heen onze onvolwassen liefde zal uitgroeien tot volwassenheid. Hij ziet onze hartstochtelijke liefde temidden van onvolwassenheid en noemt ons mooi, terwijl wij nog in een proces van groei naar volwassenheid zitten. De Heer geniet van het ontvankelijke hart, niet van een bepaald niveau van volwassenheid waar wij aangekomen zijn.

God weet dat volwassenheid het onvermijdelijke resultaat is voor al Zijn kinderen in de eeuwigheid, maar Hij noemt ons nu al ‘Mijn mooiste’ of ‘Mijn liefste’ in elk stadium van onze groei. Op deze manier betrekt Hij ons in een intieme relatie met Hem en voorkomt Hij, dat wij alleen maar taakgericht zijn zonder Goddelijke romantiek. Hij wil in de eerste plaats ons hart winnen, en pas in de tweede plaats ons laten deelnemen aan Zijn werk. 

Maar nú is de tijd aangebroken om met Hem mee te gaan naar de bergen; nú test Hij haar comfortabele veiligheidszone. Zijzelf zit nog op de rustbank in de schaduw van de boom (Hgl.2:3), maar Jezus is klaar voor actie. Hij wil haar van achter haar veilige muur weghalen, want het is tijd voor de oorlog, terwijl zij nog steeds verfrist wil worden met appels en rozijnen.

God test de veiligheidszone van ons leven op verschillende manieren; Hij test ons in nieuwe relaties, nieuwe bedieningen, nieuwe banen, nieuwe kwesties in onze gemeente, etc. Want de Vader heeft Zijn Zoon een Bruid beloofd, die gelijkwaardig met Hem optrekt als Zijn eigen volwassen partner. 

Tot nu toe was Zijn aanwezigheid alleen een kwestie van tijd en plaats, maar nu is Zijn blijvende aanwezigheid niet langer een zaak van plaats en tijd. In welke omstandigheden zij zich ook bevindt, zij kan vertrouwen en geloven in de manifeste tegenwoordigheid van de Heer; daardoor is zij niet langer gebonden aan louter innerlijke gevoelens.

D2: Drie aspecten in het verlaten van de veiligheidszone.
a) Zij houdt niet van de risico’s van het leven in geloof; zij wil niet naar de hoge plaatsen gaan, want zij is bang voor de bergen. Maar geloof is de weg van Gods koninkrijk; God heeft in Zijn oneindige wijsheid een koninkrijk gebouwd, dat gebaseerd is op geloof in onzichtbare dingen (2Kor.4:18+5:7).

De weg van het geloof is een mysterieuze weg om het koninkrijk van God effectief te laten zijn, maar toch opereert dit koninkrijk op basis van geloof in God. Wij eren God wanneer wij vertrouwen hebben in Zijn integriteit, ook wanneer wij niets voelen, want dit weerspiegelt eerbied en toewijding, veel meer dan wanneer wij kunnen zien en voelen. 

b) Zij houdt niet van de worstelingen in geestelijke oorlogsvoering; zij wil niet vechten met de leeuwen en panters die in de bergen wonen (Hgl.4:8). Dit partnerschap omvat ook geestelijke oorlogsvoering; het is een onvrijwillige oorlog, want de duivel brult tegen ons en probeert ons te verslinden (1Petr.5:8). 

c) De jonge Bruid wil nog geen strijder zijn, want zij wil voor de rest van haar leven onder de schaduw van de boom zitten en vreugdevol Jezus liefhebben en aanbidden. Maar zij wil niet strijden tegen de duisternis. God wil echter dat wij zowel aanbidders als strijders zullen zijn; Hij wil een aanbiddende en strijdende Bruid, want Hij is Zelf ook liefdevol én Hij is een strijder. Hij is de Heer der legerscharen, dat is het leger van Zijn Vader.

D3: De acties van Jezus.
Jezus’ handelen is noodzakelijk om Zijn Bruid tot volwassen partnerschap te brengen. Hij doet zeven verschillende dingen in dit nieuwe seizoen om haar besef wakker te maken, zodat zij zich gaat voorbereiden op de grote oogst. Deze zeven werkwoorden nemen in intensiteit toe naarmate Hij haar liefdevol bevestigt als Zijn actieve partner. Hij komt, springt en danst in vers 8, Hij staat, blikt en kijkt in vers 9, en Hij spreekt in vers 10.

D4: Geen gemakkelijk antwoord.
Hgl.2:10a Mijn geliefde antwoordt en zegt tegen mij…… 

Het Hebreeuwse woord voor ‘antwoorden’ is ‘anah’ waarmee iets opmerkelijks aan de hand is, want er is een ander Hebreeuws woord dat (zonder klinkers) precies zo geschreven wordt maar de betekenis heeft van ‘onderdrukken, neerdrukken, vernederen, of verootmoedigen’. Deze gelijkenis van woorden geeft een indringende betekenis aan het antwoord van de Bruidegom; Hij dringt er sterk bij haar op aan om op te staan en mee te komen. Hij beseft dat Zijn antwoord pijn bij haar zal veroorzaken, want haar vraag aan Hem was: Versterk mij met rozijnenkoeken en verkwik mij met appels, want ik voel me zwak vanwege de liefde (Hgl.2:5).

Zijn uiteindelijke antwoord is Zijn uitdaging aan haar om op te staan en met Hem mee te gaan; dat was niet het antwoord dat zij verwachtte maar wel het antwoord dat nodig was in verband met het bruidsperspectief. Zij was niet alleen maar geroepen tot intimiteit met Jezus de Goede Herder (Joh.10:11), maar ook tot activiteit met Jezus de apostel van ons geloof (Hebr.3:1). Zo betekent Bet-Anot (Joz.15:59) of Bet-Anat (Joz.19:38) zowel ‘huis van de antwoorden’ als ook ‘huis van de kwellingen’.

De Bruid ondergaat door het antwoord van Jezus de noodzakelijke pijn die haar moet losweken van haar comfortabele gevoel van veiligheid om van intimiteit te kunnen groeien tot activiteit; dit is een volgend stadium in het bruidsperspectief, een verdere stap in het partnerschap met Jezus.

E: Bemoediging door de tekenen van vruchtbaarheid.
Hgl.2:11-13 Want zie eens, de winter is voorbij, de regenbuien zijn over, ze zijn verdwenen. De bloesems zijn op het veld verschenen, de zangtijd is aangebroken, en het geluid van de tortelduif wordt in het land gehoord. De groene vijgen rijpen al aan de vijgenboom, en de bloesems van de wijnranken geven hun geur. Sta op, mijn mooie vriendin, en kom mee!

E1: De trouw van Jezus in het verleden.
Hgl.2:11 Want zie eens, de winter is voorbij, de regenbuien zijn over, ze zijn verdwenen. 

Jezus zegt haar dat de winter voorbij is. De winter spreekt van beproevingen; in dit seizoen groeien maar weinig vruchten en het is donker en koud. Maar toch wordt de vrucht van het winterseizoen zichtbaar in haar leven, want de vijg (Hgl.2:13a) is een wintervrucht.

Hij moedigt haar aan om stil te staan bij het feit dat Hij betrouwbaar is geweest in het winterseizoen. Daarmee stimuleert Hij haar om haar angst af te leggen, zich niet langer achter de muur te verschuilen, op te staan en te vertrouwen dat Hij haar ook zal helpen in het beklimmen van de bergen en heuvels.

Als Hij haar door de winter heen kan helpen, kan Hij haar ook helpen in de bergen. Hij wil dat zij een eigen persoonlijke geschiedenis in de betrouwbaarheid van God gaat ontwikkelen, want de tocht door de bergen spreekt van seizoenen van moeilijkheden en ongemak. Daarom roept Hij haar op om op te staan en de moeilijkheden onder ogen te zien. 

Rom.8:38-39 Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

E2: De profetische voortekenen van de komende oogst.
Hgl.2:12-13a De bloesems zijn op het veld verschenen, de zangtijd is aangebroken, en het geluid van de tortelduif wordt in het land gehoord. De groene vijgen rijpen al aan de vijgenboom, en de bloesems van de wijnranken geven hun geur. 

Jezus zegt dat de tekenen van een grote oogst zichtbaar zijn voor haar; daarom is het nu de tijd om te groeien in het geloof en volwassen te worden. Het eerste stadium van de oogst is al begonnen en Hij dringt er bij haar op aan om niet onvolwassen te blijven, want Hij wil een volwassen Bruid die Zijn partner is. 

Joh.4:35 Jullie zeggen toch: Nog vier maanden en dan komt de oogst? Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! 

Ook in de dagen van Jezus waren de velden rijp voor de oogst, maar Zijn leerlingen hadden nog maar net hun carrière en hun gezinsleven opgegeven om Hem te volgen; zij waren op dat moment nog onvolwassen in hun geloof. Maar binnen enkele jaren zou de grote opwekking in Jeruzalem beginnen op de pinksterdag, gevolgd door de oogst van het boek Handelingen.

Tot op dat moment hadden zij nog niet veel mensen tot Jezus geleid; toch zei Jezus dat de velden rijp waren voor de oogst, hoewel het meer dan drie jaren zou duren voordat ze daadwerkelijk zouden beginnen met de grote oogst. Jezus zei in feite dat de grote pinksterdag van Hand.2 dichterbij was dan zij dachten. Daarom riep Hij hen op alles achter te laten en Hem radicaal te volgen, want de tijd voor hun training was maar kort. 

Dezelfde urgentie geldt ook voor ons die leven in de eindtijd, want God gaat een nieuwe mate van Zijn kracht en tegenwoordigheid op de aarde vrij zetten. Daarom is het nu de tijd om ons voor te bereiden op de grote wereldwijde oogst. Dan zullen we klaar zijn voor die laatste grote oogst uit de menselijke geschiedenis als we ons nu beginnen voor te bereiden.

E3: Verschillende tekenen van de komende oogst.
Hgl.2:12a De bloesems zijn op het veld verschenen. 

De bloemen aan een wijnstok verschijnen vlak voordat de vrucht komt. Deze bloemen zijn een profetisch teken van een grote oogst in volheid. De eerste fases van de oogst zijn daarom al begonnen, en Jezus spoort haar aan om zich grondig en snel voor te bereiden. 

Hgl.2:12b De zangtijd is aangebroken. 

Het zingen is begonnen, want de winter is voorbij. Het oogstproces in het land Israël werd gekenmerkt door feesten met gezang en muziek (Lev.23); dit is een profetisch voorteken van het feestvieren in de Heilige Geest. Gezien vanuit historisch perspectief is de tijd bijzonder kort tot aan het moment, waarop de werkelijke volle oogst begint. 

Hgl.2:12c Het geluid van de tortelduif wordt in het land gehoord. 

Het geluid van de duif is een profetisch symbool van de stem van de Heilige Geest van God, die aankondigt dat de grote oogst aanstaande is. Daarmee wordt de Bruid opgeroepen om wakker te worden, op te staan en haar veilige omgeving te verlaten om samen met Jezus de bergen in te gaan en vijanden te overwinnen. 

Hgl.2:13a De groene vijgen rijpen al aan de vijgenboom. 

Vijgen beginnen al in de winter te groeien, maar een volle vijgenboom kondigt de komst van rijpe vijgen aan. Gegroeid in de winter kunnen ze geplukt worden in de oogsttijd. 

Hgl.2:13b De bloesems van de wijnranken geven hun geur. 

Ook de wijnstok is nog onderweg naar volle vrucht; de ranken zijn nog aan het groeien naar volwassenheid, maar de geur belooft een goede oogst.

E4: De oproep tot urgentie.
Hgl.2:13b Sta op, mijn mooie vriendin, en kom mee. 

Wij kunnen vanuit onze veiligheidszone wel in de hemel komen, maar in dit gebied van onze afgeschermde veiligheid kunnen wij geen vrucht dragen. Het is niet de tijd om ons terug te trekken in gemakzucht, maar om uit te stappen in geloof in de nooit falende goedheid van God.

Jezus onthult Zijn passie voor de jonge Bruid; de manier waarop Hij dat doet is effectief in het bewaren van haar passie voor Hem. Hij staat haar toe om de duisternis van haar eigen hart te ontdekken en om al haar eigen gerechtigheid en zelfvoldoening te verwijderen. Het resultaat zal zijn dat haar passie voor Jezus gesterkt wordt door grote dankbaarheid; dit in tegenstelling tot een passie met een triomfantalistische geest van trots. Zo zullen wij tenslotte volwassen partners van Hem worden zonder zelfgerechtigheid en zelfbehagen. 

Maar ook in dit proces van groeien naar volwassenheid is zij nog steeds mooi voor haar Bruidegom. De Heer laat haar zien hoe Hij over haar denkt, terwijl zij nog worstelt met duisternis in haar hart. Tot twee keer toe (Hgl.2:10+13) noemt Hij haar mooi en lieflijk. Hij motiveert haar voortdurend door Zijn liefde en genegenheid. Hij maakt het haar hof d.m.v. het bruidsperspectief en met beloften over vruchtbaarheid. 

2 Kor.6:1-2 Als Gods medewerkers sporen wij u dan ook aan: laat de goedheid die Hij u bewijst niet tevergeefs zijn. God zegt: Wanneer de tijd daarvoor gekomen is, luister Ik naar je, op de dag van de redding help Ik je. Nu is de tijd daarvoor gekomen, nu is de dag van de redding.


V.v.d.B. (Vriend van de Bruidegom)

Deze studie heeft als uitgangspunt het onderwijs over de eindtijd van Mike Bickle, direkteur van het "International House Of Prayer" in Kansas City (U.S.A.) www.ihop.org
 
Zie voor meer studies over dit onderwerp in de Nederlandse taal op de website van Vriend van de Bruidegom
Hefzibah 

 

Actueel[toon alles]
Activiteiten[toon alles]