Het huis van gebed: katalysator van de eindtijd. 

 Foto: Mike Bickle


Bookmark and Share 


Dit artikel heeft als uitgangspunt het onderwijs over de eindtijd van Mike Bickle, direkteur van het "International House Of Prayer" in Kansas City (U.S.A.)

En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden om Hem te dienen en Zijn naam lief te hebben, om dienaar van de HEER te zijn, ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt, ieder die vasthoudt aan Mijn verbond, hem breng Ik naar Mijn heilige berg, hem schenk Ik vreugde in Mijn huis van gebed; zijn offers zijn welkom op Mijn altaar.
Mijn tempel zal heten Huis van gebed voor alle volken.
Jes.56:6-7  

A: Introductie
B: Koninklijk priesterschap
C: De roeping van Israël 
D: De tent van David en het 24-7 principe voor het huis van gebed
E: Het huis van gebed in het boek Openbaring
F: Bidden onder de zalving van de Heilige Geest



A: Introductie
In de eerste drie documenten over het boek Openbaring heb ik in grote lijnen de hele inhoud van het eerste hoofdstuk beschreven; centraal in deze beschrijving staan de twaalfvoudige onthulling over de majesteit van de God-Mens Jezus Christus (Openb.1:12-18) en daarnaast de zevenvoudige ervaringskennis van Johannes over Jezus (Openb.1:5-6). In de praktijk van dat specifieke moment in Openb.1:9-10 op het eiland Patmos begon de Openbaring met de twaalfvoudige onthulling van Jezus, en vanaf dat moment begon Johannes al te schrijven wat hij zag (Openb.1:19, 21:5).
Pas later voegde hij daar zijn persoonlijke openingswoord met zijn zevenvoudige inzicht over Jezus van Openb.1:1-8 aan toe; het is juist in dit gedeelte waarin Johannes de unieke eigenschap van de gemeente van Jezus Christus onthult.

In zijn begroeting van de zeven gemeenten in Asia onthult Johannes één van de meest belangrijke kenmerken van de gemeente in het boek Openbaring.

Openb.1:6 Jezus… die een koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons gemaakt heeft tot priesters voor God, Zijn Vader.
 
De eerste onthulling van de identiteit van de gemeente in het boek Openbaring is dat de gemeente een koninkrijk van priesters is; het aspect van het koninkrijk spreekt van onze autoriteit namens God en het aspect van het priesterschap spreekt van onze intimiteit met God. In deze identiteit speelt de gemeente van Jezus Christus een cruciale rol in de eindtijd, want zonder het gebed van de gemeente zal God niets doen op aarde. Het is een feit dat wij zonder God niets kunnen doen op aarde, maar het is ook een feit dat God zonder ons niets wil doen op aarde. In Zijn ongelooflijke wijsheid heeft God namelijk al vóór de grondlegging der wereld besloten om Zijn koninkrijk te regeren d.m.v. het gebed; God heeft Zijn koninkrijk zodanig ontworpen dat het alleen maar kan functioneren onder leiding van priesters. Daarom is het koninkrijk van God in de allereerste plaats een koninkrijk van priesters, en dit thema wordt nog tweemaal onder woorden gebracht in het boek Openbaring.

Openb.5:10 U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde. 

Openb.20:6 Gelukkig en heilig zijn zij die deelhebben aan de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen macht over hen. Zij zullen priester van God en van de Messias zijn en duizend jaar lang samen met Hem heersen. 

In het koninkrijk van God zijn wij, de volgelingen van Jezus, geroepen om onze autoriteit uit te oefenen d.m.v. intimiteit met God; wij zijn in de eerste plaats priesters voor het aangezicht van God, en in de tweede plaats oefenen wij als koningen autoriteit uit over het gebied dat God ons heeft toevertrouwd. Onze invloedssfeer ontstaat in het heiligdom en wordt daarna toegepast in het koninkrijk; daarom is het koninkrijk van God een koninkrijk van priesters. Dit is de eerste identiteit van de gemeente die in het boek Openbaring onthuld wordt. De laatste identiteit van de gemeente in het boek Openbaring is de identiteit van de Bruid van Christus, en evenals de identiteit van koninklijk priesterschap wordt de identiteit van de Bruid drie keer genoemd in dit boek, alle drie aan het einde van het boek.
 
Openb.21:2 Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht.

Openb.21:9 Een van de zeven engelen met de offerschalen die gevuld waren met de laatste zeven plagen kwam op me af en zei: Ik wil je de bruid laten zien, de vrouw van het Lam. 

Openb.22:17 De Geest en de bruid zeggen: Kom! Laat wie luistert zeggen: Kom! Laat wie dorst heeft komen; laat wie dat wil vrij drinken van het water dat leven geeft.

Drie keer wordt de gemeente in het boek Openbaring omschreven als een koninkrijk van priesters, en ook drie keer wordt de gemeente omschreven als de Bruid van Christus. De eindtijd zal het enige moment in de geschiedenis zijn waarin de gemeente volledig instemt met de Heilige Geest in een volledige eenheid; daarom wordt de gemeente ook de Bruid genoemd. En in haar eenheid met de Heilige Geest roept de Bruid tot tweemaal toe ‘KOM’, en op dat moment is de zalving tot voorbede in het huis van gebed voor elke gelovige op aarde volledig vervuld.
Let op dat er op dit moment niet gesproken wordt over de Geest en het leger van God, ook niet over de Geest en het Lichaam van Christus, ook niet over de Geest en de tempel van God, ook niet over de Geest en de familie van God; nee, in dit sluitstuk van de Bijbel aan het eind van het boek Openbaring wordt gesproken over de Heilige Geest en de gemeente als Bruid. Jezus komt in de eindtijd naar de aarde op het gebed van de Bruid die een volledige zalving van de Heilige Geest heeft. Op dat moment zegt de Bruid wat de Geest zegt, en op dat moment doet de Bruid wat de Geest doet; dat is de essentie van Gods vaderhart die op deze manier Zijn eeuwige doelstelling in vervulling ziet komen.

In Hebr.7:25 is Jezus de Hogepriester van de voorbede, in Rom.8:26-27 en Zach.12:10 is de Heilige Geest de Geest van de voorbede, en tenslotte wordt in Openb.22:17 de gemeente als de Bruid van de voorbede openbaar.
Daarom is het huis van gebed de ultieme expressie van Gods bedoeling voor de gemeente in de eindtijd; het is het vuur van de voorbede dat d.m.v. vurige intimiteit en vurige autoriteit de engelen in de hemel in beweging zal zetten om Gods opdrachten op de aarde uit te voeren en zo de weg te banen voor de tweede komst van Jezus naar de aarde. Onze identiteit als een koninkrijk van priesters én onze identiteit als de Bruid van Christus - welke beide drie keer genoemd worden in het boek Openbaring - zullen de twee belangrijkste aspecten van onze identiteit in de eindtijd zijn.
Alleen daar waar het huis van gebed optimaal volgens de bedoelingen van God de Vader opereert, zullen de volgelingen van Jezus deel hebben aan de bespoediging van Zijn komst.

2Petr.3:12 U die uitziet naar de dag van God en het aanbreken daarvan bespoedigt.

B: Koninklijk priesterschap

Gen.14:18-20 En Melchisedek, de koning van Salem, liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van God, de Allerhoogste, en sprak een zegen over Abram uit: Gezegend zij Abram door God de Allerhoogste, Schepper van hemel en aarde. Gezegend zij God de Allerhoogste, uw vijanden leverde Hij aan u uit. 

Er is een geestelijk principe dat ons helpt om Goddelijke waarheid goed te leren begrijpen; dit principe leert ons op zoek te gaan naar de eerste Bijbeltekst over een bepaald onderwerp, wanneer wij inzicht willen ontvangen over dit onderwerp.
Vaak is het zo dat de allereerste Bijbeltekst over een bepaald onderwerp een sleuteltekst is die de deur van inzicht naar dit onderwerp voor ons opendoet. We zien dat bijvoorbeeld bij het belangrijke onderwerp van de rechtvaardiging door het geloof; het is vooral Paulus die dit onderwerp in de Bijbel uitvoerig uitlegt.
Het opvallende is dat hij maar drie teksten uit het Oude Testament gebruikte om de waarheid van dit onderwerp te bewijzen, maar daarbij gebruikte hij wel de allereerste tekst in de Bijbel die het werkwoord ‘geloven’ gebruikt (Gen.15:6). De andere twee teksten zijn Ps.32:1-2 en Hab.2:4; de drie teksten worden aangehaald in Rom.4:3, Rom.4:7-8, Gal.3:11.
Ditzelfde principe geldt ook voor het onderwerp van het koninklijke priesterschap, want de eerste priester die in de Bijbel genoemd wordt is Melchisedek, maar we zien in Gen.14:18 dat deze Melchisedek zowel een koning als een priester van God was. Dus bij de allereerste tekst in de Bijbel over priesterschap wordt direct gesproken over koninklijk priesterschap; deze Melchisedek was zowel koning als priester binnen één en dezelfde functie.

In Ps.110 neemt de Heilige Geest deze waarheid en past haar toe op het koningschap van Jezus; deze psalm beschrijft namelijk Jezus in Zijn grote autoriteit in de eindtijd.
Ps.110:1 spreekt over de autoriteit van Jezus als de Zoon van God.
Ps.110:2 spreekt over de autoriteit van Jezus als de Koning.
Ps.110:3 spreekt over de autoriteit van Jezus als Leider van het volk van God.
Ps.110:4 spreekt over de autoriteit van Jezus als Hogepriester.
Ps.110:5-6 spreekt over de autoriteit van Jezus als Rechter.
Psalm 110 begint dus met de onthulling van Jezus als Koning maar vult dit aan met de onthulling van Jezus als Hogepriester; in de Hebreeën-brief wordt dit thema uitvoerig besproken in Hebr.7.
De essentie van dit onderwerp is dat waarachtige Goddelijke autoriteit alleen gevonden wordt in het leven van een mens die de hartsgesteldheid en de zalving van een priester heeft. Zuivere hemelse autoriteit is een vrucht van hartstochtelijke intimiteit met de levende God.

Psalm 2 laat ons zien dat God de Vader dit principe van koninklijk priesterschap ook aan Jezus, Zijn eigen Zoon, heeft opgelegd als een heersend principe, een Goddelijk beginsel voor het hele koninkrijk van God. In Ps.2:6 spreekt de Vader over de Koning die Hij heeft aangesteld over de hele mensheid; de zetel van deze gezalfde Koning is op de berg Sion. In Ps.2:7 bevestigt Jezus dat Hij de Zoon van God is, dus ook de Erfgenaam van het koninkrijk van de Vader. In Ps.2:8 belooft de Vader alle volken van de aarde aan Jezus de Zoon, maar onder één belangrijke voorwaarde, en dat is de voorwaarde dat Jezus Zijn eigen Vader moet vragen om het bezit van alle volken op aarde.

Ps.2:8 Vraag het Mij en Ik geef je de volken in bezit, de einden der aarde in eigendom.

Jezus is de Zoon van God (vers 7), en Hij is de door God aangewezen Koning (vers 6), maar ondanks het feit dat Zijn positie bij God vaststaat, moet zelfs Jezus de Vader vragen om Zijn erfenis. God de Vader heeft in een voor ons zo onbegrijpelijke wijsheid Zijn koninkrijk zo ontworpen dat dit koninkrijk alleen maar functioneert wanneer God de Zoon biddend Zijn heerschappij als Koning over dit koninkrijk uitoefent.
Welnu, als Jezus als de Zoon van God door de Vader onderworpen wordt aan dit grondbeginsel van het koninkrijk, hoeveel te meer geldt dit principe ook voor ons. De Vader heeft ons zo gemaakt dat wij Zijn autoriteit alleen maar kunnen uitoefenen wanneer wij intimiteit met Hem ontwikkelen, intimiteit als zonen van God de Vader en intimiteit als de Bruid van Christus. Intimiteit in aanbidding en voorbede is de geestelijke sleutel tot waarachtige Goddelijke autoriteit.

Zach.6:12-13 Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Let op, een man met de naam Telg, die aan de stam zal uitbotten, herbouwt de tempel van de HEER. Hij is het die de tempel van de HEER zal herbouwen; hij is het die de koninklijke waardigheid zal dragen en zal heersen vanaf zijn troon. Er zal ook een priester zijn op een eigen troon, en samen zullen zij het land in goede vrede besturen.

Deze tekst is een profetie over onze Heer Jezus, en in deze tekst wordt Hij beschreven als de Koning die de tempel zal herbouwen om daarna in koninklijke waardigheid te heersen vanaf Zijn troon. Daarnaast wordt er gesproken over een priester op zijn eigen troon, maar ook dit is een profetie over onze Heer. Jezus is in deze tekst dus zowel de Koning als de Hogepriester, en in Zijn innerlijke wezen zal er een heilzaam overleg zijn (NBG’51) tussen de Koning en de Hogepriester. Autoriteit en intimiteit voeren in het hart van Jezus, de Zoon van God, altijd een vreedzaam overleg, waardoor de wijsheid van de Vader tot stand komt door het koninklijke priesterschap van Jezus.

C: De roeping van Israël

Ex.19:4-6 Jullie hebben gezien hoe Ik ben opgetreden tegen Egypte, en hoe Ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij Mij heb gebracht. Als je Mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met Mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor Mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken, want de hele aarde behoort Mij toe. Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk.

Toen het volk Israël in Egypte gebukt ging onder het juk van slavernij en de Israëlieten in hun wanhoop tot God riepen, dacht de Heer aan Zijn verbond (Ex.2:24) en Hij was diep bewogen over de ellende van Zijn volk (Ex.2:25). De Heer verloste Zijn volk uit de macht van Egypte en leidde het op weg naar het beloofde land, maar deze tocht naar het beloofde land bracht een proces van hartstochtelijke liefde op gang, zowel bij de Heer als bij het volk. Dit is hoe de Heer Zijn eigen gevoelens voor Israël onder woorden bracht.

Jer.31:2-3 Dit zegt de HEER: In de woestijn kreeg Ik Israël lief, het volk dat aan de vernietiging ontkomen was. Ik ging hun voor en gaf hun vrede. Van ver ben Ik naar je toe gekomen, vrouwe Israël. Ik heb je altijd liefgehad, Mijn liefde zal je altijd vergezellen.

En in de volgende woorden beschrijft de Heer hoe Hij de gevoelens van Zijn volk vlak na de uittocht uit Egypte ervoer; deze gevoelens van Israël waren vanzelfsprekend onvolwassen en nog in een zeer pril stadium van liefde, maar voor de Heer toch oprecht.

Jer.2:2-3a Roep Jeruzalem toe: Dit zegt de HEER: Ik weet nog hoe je Me liefhad in je jeugd, van Me hield als Mijn bruid, hoe je Me volgde door de woestijn, dat land waar niet wordt gezaaid. Israël is aan de HEER gewijd, het is de eerste vrucht van Zijn oogst.

Het begin van de exodus is dus in feite een ontluikende liefdesroman, en het hart van de Heer was vol gepassioneerde liefde voor Zijn volk. Na de nodige strubbelingen kwam het volk in Ex.19:1 bij de berg Sinaï aan, waarna Mozes de berg op ging voor een ontmoeting met de Heer. In zijn eerste ontmoeting met de Heer ontving Mozes werkelijk een prachtige uitnodiging voor het volk tot een intieme relatie met God.

Ex.19:6 Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk.

Dit simpele zinnetje van tien woorden geeft ons een schat aan informatie over wat er in het hart van God leeft t.a.v. Zijn gevoelens voor Zijn volk; onze Heer verwoordt hiermee de zeer hoge roeping die Hij in gedachten heeft voor Zijn volk. In Ex.19:4 spreekt God uit hoe Hij Zijn volk verlost heeft en op vleugels gedragen heeft om Zijn volk bij Zichzelf te brengen. Dat is de diepste emotie die God in Zijn hart koestert voor Zijn volk; Hij wil mensen verlossen en door het leven heen dragen met het doel hen tot Zichzelf te trekken.
En God brengt mensen bij Zichzelf om hen deelgenoot te laten worden van de hoogste roeping die een mens ooit zal kunnen bezitten, namelijk deel uitmaken van het koninkrijk van priesters. Dat is de werkelijke betekenis van heiligheid, want heiligheid houdt in de eerste plaats in dat mensen apart gezet worden voor God als de eerste vrucht van Zijn oogst (Jer.2:3a).
Een hogere roeping dan deze is er niet, want in het priesterschap vervult de mens het eerste en grote gebod om de Heer zijn God lief te hebben met alles wat in hem is (Matt.22:37-38). En de sterk hieraan verbonden roeping tot koningschap heeft alles te maken met het vervullen van het tweede gebod (Matt.22:39).

De grote tragedie van het boek Exodus is dat het volk Israël niet in staat was om God te naderen zonder angstige achterdocht, waardoor zij niet dichterbij wilden komen en op een afstand bleven staan (Ex.20:18-19). De Bijbelse interpretatie van deze gebeurtenis is dat het volk op dat moment God afwees (Hebr.12:25), omdat angst in hun hart het hen onmogelijk maakte een intieme relatie met God te hebben. Vanaf dat moment werd het priesterschap in Israël apart gehouden voor een selecte groep, maar het oorspronkelijke doel van God veranderde niet. Nog steeds is het hart van de Heer vol van verlangen om Israël te maken tot een volk van priesters.

Jes.61:6 En jullie worden priester van de HEER genoemd, dienaar van onze God zul je heten. Je zult je te goed doen aan de rijkdom door vreemde volken vergaard, je zult je met hun luister bekleden.

En in het Nieuwe Testament neemt Petrus dit gedachtengoed over en past het toe op de gemeente van Jezus Christus die deel heeft gekregen aan het erfgoed van Israël (Efez.2:19, Efez.3:6).

1Petr.2:9 Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God Zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar Zijn wonderbaarlijke licht.

Het vervullen van deze roeping zal de belangrijkste taak van de gemeente van Jezus in de eindtijd worden, want volgens Petrus zal dit koninkrijk van priesters als heilig volk van God ook in staat zijn om de grote daden van God te verkondigen in de apostolische zalving van de Heilige Geest.
De apostolische bediening van de gemeente in de eindtijd zal zeer grote geestelijke autoriteit demonstreren, maar vooral ook diepgeworteld zijn in gepassioneerde intimiteit met Jezus. Dat maakt de gemeente van de eindtijd tot de meest krachtige generatie van gelovigen die de mensheid ooit te zien zal krijgen voordat Jezus terugkomt.

D: De tent van David het 24-7 principe voor het huis van gebed
 
Amos 9:11 Dan zal Ik het vervallen huis van David herbouwen, Ik zal de muren herstellen en opbouwen wat is neergehaald, Ik zal het in zijn vroegere luister herstellen.

In Ex.25:8 kregen de Israëlieten de opdracht van God om een heiligdom voor de Heer te maken, zodat Hij in hun midden zou kunnen wonen; dit heiligdom kennen wij onder de naam tabernakel. Het centrum van de tabernakel was de ark waarin de tegenwoordigheid van de Heer manifest aanwezig was (Ex.25:22); vanaf die plaats wilde God tot het volk spreken, op dat moment nog via Mozes.
De tabernakel werd in het beloofde land opgericht in het plaatsje Silo, en iedereen die het aangezicht van de Heer zocht ging daarheen.
In 1Sam.4 werd de ark van de Heer meegenomen naar het slagveld, omdat de Israëlieten een oorlog tegen de Filistijnen hadden verloren; daarom haalden zij de ark van de Heer op in de veronderstelling dat de tegenwoordigheid van de Heer voor de overwinning zou zorgen. Maar God laat Zich nooit manipuleren in Zijn manifeste tegenwoordigheid, en niemand kan God manipuleren om voor de overwinning te zorgen. Hoewel de ark van de Heer bij de tweede veldslag aanwezig was, verloren de Israëlieten de strijd opnieuw; de ark werd door de Filistijnen meegenomen. Maar de tegenwoordigheid van God verliet de ark geen moment, en de afgoden van de Filistijnen moesten buigen voor de ark van de Heer (1Sam.5:1-5), terwijl de Filistijnen door allerlei plagen gekweld werden. Ten einde raad stuurden zij de ark van de Heer terug naar het volk Israël.

De ark kwam na deze omzwerving terecht in het huis van Abinadab die in Kirjat-Jearim woonde; bij geen enkele Israëliet kwam de gedachte op om de ark terug te brengen naar zijn oorspronkelijke plaats in de tabernakel. Ongeveer 70 jaar bleef de ark in het huis van Abinadab, want door de verloren veldslag had niemand nog veel vertrouwen in de manifeste tegenwoordigheid van de Heer.
Meer dan 20 jaar tijdens het profetische leiderschap van Samuël (1Sam.7:2), en de 40 jaren tijdens het koningschap van Saul (Hand.13:21) en de periode van 7,5 jaar dat David in Hebron regeerde (2Sam.5:5) en nog een paar jaar daarna bleef de ark op de plaats waar hij was. Niemand bekommerde zich om de tegenwoordigheid van de Heer, want niemand zocht de Heer met héél zijn hart.

Maar David was een man naar Gods hart (1Sam.13:14) en hij had de Heer lief met heel zijn hart (Ps.116:1), en daarom wilde David de ark van de Heer weer in ere herstellen. Maar in plaats van de ark terug te brengen naar de tabernakel in Silo nam hij de ark mee naar Jeruzalem, waar David de ark neerzette in een tent (1Kron.16:1). David koos niet voor de traditionele regelgeving voor de manifeste tegenwoordigheid van de Heer, maar hij koos er voor om de diepste verlangens van zijn eigen hart te volgen.

Ps.27:4 Ik vraag aan de HEER één ding, het enige wat ik verlang: wonen in het huis van de HEER alle dagen van mijn leven, om de liefde van de HEER te aanschouwen, en Hem te ontmoeten in Zijn tempel.

David woonde als koning van Israël in Jeruzalem, maar het verlangen van zijn hart was om zo dicht mogelijk bij de Heer te zijn en om Zijn manifeste tegenwoordigheid zoveel mogelijk te kunnen ervaren; daarom wilde David de ark van de Heer in Jeruzalem plaatsen, zodat hij zelf zoveel mogelijk de tegenwoordigheid van de Heer kon beleven. Toch verwaarloosde David de officiële plaats van aanbidding in de tabernakel niet, want hij stelde Asaf en zijn familie aan om dagelijks de Heer te dienen bij de ark van het verbond (1Kron.16:37), maar hij stelde ook de priester Sadok en zijn familie aan om de Heer te dienen in de tabernakel (1Kron.16:39).
David wist op een magistrale wijze de officiële eredienst in de tabernakel te combineren met de gepassioneerde eredienst in de tent van David, want op beide plaatsen organiseerde hij aanbiddingsdiensten voor de Heer. In de tent van David had Asaf de leiding over vele muzikanten, en in de tabernakel hadden Heman en Jeduthun de leiding over vele muzikanten (1Kron.16:42).

Deze drie mannen Asaf, Heman en Jeduthun werden door David volledig vrijgesteld van andere taken om zich alleen maar toe te wijden aan het zingen van lofliederen voor de Heer onder begeleiding van muziekinstrumenten (1Kron.25:1); in totaal waren er 288 mannen die fulltime bezig waren met de aanbidding en lofprijzing voor de Heer, en zij deden dit in 24 ploegen van 12 man (1Kron.25:1-31).

Deze hele ontwikkeling van lofprijzing en aanbidding onder muzikale begeleiding werd in het leven geroepen door de profetische inspraak van de Heer via Zijn profeten (2Kron.29:25). De aanbidding voor de Heer ging dus 24 uur per etmaal door en dat ook nog eens zeven dagen per week; hierbij spreken we van het 24-7 principe voor het huis van gebed.

Er is in de laatste decennia veel gesproken over de tent van David, want aan het eind van het boek van de profeet Amos beloofde God dat Hij het vervallen huis van David weer zou herstellen (Amos 9:11). En deze tekst werd aangehaald tijdens een belangrijke vergadering in Jeruzalem in Hand.15, waarbij een hevige discussie werd gevoerd of de gelovigen uit de heidenen ook besneden moesten worden, omdat alle gelovigen uit de Joden ook besneden waren. Als laatste argument werd deze tekst uit Amos aangehaald om aan te tonen dat God bezig was voor Zichzelf een volk uit de heidenen te winnen.

Hand.15:14-18 Simeon heeft uiteengezet hoe God Zelf het plan heeft opgevat om uit de heidenen een volk te vormen dat Zijn naam vereert. Dat stemt overeen met de woorden van de profeten; er staat immers geschreven: Dan keer Ik terug op Mijn schreden. Ik zal het vervallen huis van David herbouwen, uit het puin zal Ik het weer opbouwen. Ik zal dit huis doen herrijzen, zodat de mensen die overgebleven zijn de Heer zullen zoeken, evenals alle heidenen over wie Mijn naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer, die dit van oudsher heeft aangekondigd.

In deze tekst spreekt de Heilige Geest dat God het principe van de tent van David gaat gebruiken om in de eerste plaats het Joodse volk te winnen voor Jezus, de Joodse Messias, maar ook om alle heidenen, over wie de naam van de Heer is uitgeroepen, te winnen. Het is Gods plan om de gemeente als tempel van de Heer terug te brengen naar de oorspronkelijke roeping om een huis van gebed te zijn (Jes.56:7), en wanneer de gemeente functioneert als het huis van gebed, zal de grote oogst van de eindtijd binnengehaald worden, zowel bij het Joodse volk als bij de heidenen.

Maar om de gemeente van Jezus Christus, de tempel van God (1Kor.3:16, 2Kor.6:16), terug te brengen naar haar oorspronkelijke roeping om een huis van gebed te zijn zal de Heilige Geest een radicale verandering teweeg moeten brengen, zoals Jezus de tempeldienst totaal in de war schopte, omdat de tempel bedoeld was als huis van gebed (Marc.11:15-17).
Om werkelijk te kunnen functioneren als huis van gebed in de geest van de tent van David zal de gemeente de dramatische veranderingen van Godswege moeten accepteren, want alleen zo kan de gemeente effectief zijn in de eindtijd.
De Heilige Geest is bezig een wereldwijde beweging van aanbidding en gebed te organiseren die in grote autoriteit zal opereren; deze wereldwijde gebedsbeweging zal opereren in de geest van de tent van David, vooral op het gebied van 24-7 aanbidding door profetische zangers en muzikanten.

1Kron.9:33 De zangers waren vrijgesteld van het werk in de voorraadkamers, omdat zij dag en nacht beschikbaar moesten zijn voor de eredienst. 

Jes.62:6-7 Jeruzalem, Ik heb wachters op je muren gezet die nooit zullen zwijgen, dag noch nacht. Jullie die een beroep doen op de HEER, gun jezelf geen rust en gun Hem evenmin rust, totdat Hij Jeruzalem weer heeft gegrondvest en haar roem op aarde heeft bevestigd. 

Luc.18:7 Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan Zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen? 

Luc.2:37 Hanna was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden. 

1Tim.5:5 Een weduwe die helemaal alleen staat, houdt haar hoop op God gevestigd en blijft smeken en bidden, dag en nacht. 

De volledige vervulling van het herstel van de tent van David heeft echter betrekking op het herstel van de heersende rol van Israël in het duizendjarige vrederijk; op dit moment hebben we dus alleen te maken met het ontwikkelen van het huis van gebed in de geest van de tent van David. Pas na de tweede komst van Jezus zal de koninklijke heerschappij van het huis van David via het volk Israël werkelijkheid worden in het duizendjarige vrederijk, omdat Jezus als de Zoon van David vanuit Jeruzalem over de aarde zal heersen.

E: Het huis van gebed in het boek Openbaring

Openb.5:8-9a Op hetzelfde moment wierpen de vier wezens en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neer. Ieder van hen had een lier en een gouden schaal vol wierook; dat zijn de gebeden van de heiligen. En ze zetten een nieuw lied in……

Zowel de serafs als de vierentwintig oudsten hebben hier een gouden schaal die vol is met de gebeden van de heiligen; om hier waardevolle betekenis in te ontdekken is het nodig dat we dit zeer persoonlijk op onszelf toepassen. Er gaat een tijd komen waarin de heiligen gezalfd zullen worden door de Geest van de genade en van de gebeden (NBG: Zach.12:10), zoals nog nooit gebeurd is in de geschiedenis van de gemeente van Jezus.
We zullen dan gezalfd worden tot alle mogelijke vormen van gebed en aanbidding die God in Zijn hart bedacht heeft voor de gemeente. We zullen een hart hebben dat overstroomt met passie voor Jezus als een rivier die buiten zijn oevers treedt.

Zwakke en gebroken mensen over de hele wereld zullen gezalfd worden in gebed, en het Lichaam van Christus zal bekend worden als het Huis van Gebed.

De gouden schalen zijn gevuld met wierook; datgene wat de schalen van gebed en aanbidding vult tot aan de rand is de openbaring van de schitterende schoonheid van Jezus het Lam. De schalen zullen tot de rand gevuld zijn omdat de Zoon van God geopenbaard zal worden als glorieus en ook zeer majestueus. Bij de behandeling van Openb.4 + 5 zal ik hier dieper op ingaan.

Openb.8:3-5 Toen kwam er een andere engel, die met een gouden wierookschaal bij het altaar ging staan. Hij kreeg een grote hoeveelheid wierook om die op het gouden altaar voor de troon te offeren, samen met de gebeden van alle heiligen. De rook van de wierook steeg met de gebeden van de heiligen uit de hand van de engel op naar God. Toen nam de engel de wierookschaal, vulde hem met vuur van het altaar en wierp dat op de aarde. Er volgden donderslagen, groot geraas, bliksemschichten en een aardbeving.

Openb.8:1-6 is een uitvergrote versie van Openb.5:8; dit gedeelte uit Openb.8 geeft ons leven diepe betekenis, omdat onze gebeden voor de troon van God invloed hebben op de balans van het menselijke leven. Openb.8+9 spreken over de zeven bazuinen van de tweede serie oordelen van God; en deze oordelen zijn huiveringwekkend, want zij raken alles aan wat de mensheid lief is. Wij zullen in vuur en vlam gestoken worden, omdat Openb.8+9 de aardse realiteit is van de harpen en de schalen voor de troon van God uit Openb.5:8.
Deze zeven bazuinen zijn mysterieus en spreken van grote, ontzagwekkende en vooral ook huiveringwekkende realiteiten, want de mensen op aarde zullen totaal onvoorbereid zijn op wat komen gaat (Luc.17:26-30). Voor hen die God niet kennen zal het lijken alsof de oordelen van God het menselijke bestaan tot een einde laten komen, maar niets is minder waar; wanneer God Zijn oordelen op de aarde loslaat, zal een deel van de mensheid juist terugkeren tot God en zal de grote oogst van de eindtijd binnengehaald worden.
Het goede nieuws is dat het juist een Mens is die deze oordelen van God ontketent, en onze gebeden hebben invloed op dit proces. Ook daarover later meer.

F: Bidden onder de zalving van de Heilige Geest

Zach.12:10 (NBG.’51) Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden.

God de Drie-Eenheid is al van eeuwigheid aan een communicerende God geweest. God de Drie-Eenheid heeft vanaf de eeuwigheid onderling met elkaar gecommuniceerd, en wanneer God met God communiceert heet dat bidden.
En de Heilige Geest is de Persoon van de Drie-Eenheid die de zonen en dochters van God leert bidden, zodat ook zij met God kunnen communiceren. De Geest is de initiatiefnemer tot alle gebeden van Gods kinderen, en alleen wanneer Hij de initiatiefnemer is, zal het gebed van de gelovigen effectief zijn.
Alle gelovigen zijn geroepen om koningen en priesters te zijn in het Koninkrijk van God, dat wil zeggen dat zij autoriteit hebben in hun gebed; geestelijk gezag wordt gekoppeld aan geestelijke intimiteit. Maar alleen wanneer het priesterschap van de gelovigen gezalfd wordt door de Heilige Geest, draagt het geestelijke autoriteit in zich; zonder de zalving van de Heilige Geest zullen de gebeden van de heiligen weinig effectief zijn.

Ex.29:7-9 Zalf Aäron door de zalfolie over zijn hoofd uit te gieten. Laat daarna zijn zonen komen…… Door hen op deze manier te wijden, verleen je Aäron en zijn zonen voor altijd het recht om het priesterschap uit te oefenen.

Jezus Christus is de grote Hogepriester in het Koninkrijk van God; Hij heeft ons met Zijn bloed gekocht en schoongewassen om ons te maken tot een koninkrijk van priesters, en Hij is ons grote voorbeeld in hoe wij priesters moeten zijn, hoe wij moeten bidden met autoriteit. Jezus Zelf is als Koning-Hogepriester ook gezalfd met de Heilige Geest, en wij delen in Zijn zalving om koningen en priesters te kunnen zijn.

Ps.45:7-8 Uw troon is voor eeuwig en altijd, o God, de scepter van het recht is Uw koningsscepter, U hebt gerechtigheid lief en haat het kwaad. Daarom heeft God, Uw God, U gezalfd met vreugdeolie, als geen van Uw gelijken.

Luc.10:21 Op dat moment begon Hij vervuld van de Heilige Geest te juichen en zei: Ik loof U, Vader, Heer van de hemel en aarde……

Alleen de Heilige Geest weet namelijk wat er gebeden moet worden, want Hij kent de diepten van Gods bedoelingen, en daardoor weet Hij ook de richting die het Koninkrijk van God moet gaan op elk willekeurig moment in de geschiedenis. De Heilige Geest doorzoekt Gods hart en start de voorbede vanuit de wil van God.

1Kor.2:10-11 God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God. ……Zo is alleen de Geest van God in staat om God te kennen.

Vanuit ons mens-zijn zijn wij niet in staat om werkelijk te bidden volgens de principes van het Koninkrijk van God; daarom vroegen de leerlingen van Jezus ook of Hij hen wilde leren bidden (Luc.11:1). Zij wisten niet hoe dat moest en in het meest belangrijke moment van hun navolging van Jezus faalden zij in gebed, namelijk in Gethsemane. Hun geest was gewillig, maar hun menselijke natuur was zwak, te zwak om met Jezus mee te bidden (Matt.26:40-41). Daarom heeft God ons Zijn Heilige Geest beloofd opdat Zijn Geest het initiatief zou kunnen nemen in ons gebedsleven.

Rom.8:26-27 De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest Zelf pleit voor ons met woordloze zuchten. God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen. Hij weet dat de Geest volgens Zijn wil pleit voor allen die Hem toebehoren.

Als wij door God aangesteld worden als priesters – wat dankzij de overwinning van het Lam een voorrecht is voor elke gelovige – worden wij met de Heilige Geest gezalfd; Zijn kracht wordt dan in ons openbaar, wat vooral manifest wordt in ons gebedsleven. Wij ontvangen Zijn energie om met kracht en vuur en geloof te kunnen bidden.

Jac.5:16 Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.

Letterlijk staat er in het Grieks dat het gebed van een rechtvaardige sterk is, omdat er energie aan toegevoegd wordt; deze energie komt van de Bron van alle energie, de Geest der genade en der gebeden. In alle dingen maar vooral in het gebed moeten de zonen en dochters van God zich laten leiden door de Heilige Geest en niet door hun eigen programma of gebedslijst. Alle gebed dat zijn oorsprong vindt in de menselijke natuur en menselijke verlangens bereikt de troon van God niet.

Jac.4:3 Als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt; u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen.

Rom.8:5-8 Wie zich door zijn eigen natuur laat leiden is gericht op wat hij zelf wil, maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest wil. Wat onze eigen natuur wil brengt de dood, maar wat de Geest wil brengt leven en vrede. Onze eigen wil staat vijandig tegenover God, want hij onderwerpt zich niet aan Zijn wet en is daar ook niet toe in staat. Wie zich door zijn eigen wil laat leiden, kan God niet behagen.

Als wij ons door de Heilige Geest laten inspireren, zal Hij degene zijn die ons aanspoort tot gebed, want Hij is de Geest der genade en der gebeden. Het is alleen Gods genade die ons inspireert tot gebed, en als wij ons door de Heilige Geest laten leiden, zullen wij bidden naar Gods wil. Daarom ook is het huis van gebed in de eindtijd een initiatief van God Zelf, want er is geen mens die zo iets kan organiseren op wereldwijde schaal; alleen de Heilige Geest is in staat om de voltallige gemeente van Jezus te mobiliseren tot vurig en gepassioneerd gebed dat geworteld is in een hartstochtelijke intimiteit met Jezus.

Rom.8:14-17 Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om Hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. De Geest Zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. En nu we Zijn kinderen zijn, zijn we ook Zijn erfgenamen, erfgenamen van God.

Dit is een veelgebruikte tekst, die echter zelden wordt toegepast op het gebedsleven, maar juist daarin hebben wij de leiding van de Heilige Geest nodig. Als wij bidden is God niet op zoek naar ónze bedoelingen, maar naar de bedoelingen van de Heilige Geest.

Rom.8:27 God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen. Hij weet dat de Geest volgens Zijn wil pleit voor allen die Hem toebehoren.

Om die reden is het voor de kinderen van God belangrijk om bij het bidden zich ook te laten inspireren door het woord van God en dat als maatstaf te gebruiken voor hun gebeden. Wij moeten het woord van God lezen en tot Hem terugbidden; wij moeten tegen God zeggen wat Hij tegen ons gezegd heeft dat wij tegen Hem moeten zeggen! Wat God tegen ons gezegd heeft, staat in Zijn woord en Gods woord zal altijd doen waartoe God het naar de aarde stuurt (Jes.55:8-11). Daarom moeten wij het woord van God tot Hem terugbidden; want dat is de enige basis voor gebedsverhoring. God souffleert ons dus wat Hij wil dat wij tegen Hem gaan zeggen in gebed.

Joh.15:7 Als jullie in Mij blijven en Mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren.

Daarbij is het van groot belang dat wij ons hart vrijhouden van alle dingen, die ons tot zonde verleiden en ons aanklagen bij God, waardoor wij onze vrijmoedigheid bij God verliezen (Ps.66:18, Jes.59:2). Maar als wij ons hart zuiver bewaren, bezitten wij volle vrijmoedigheid om tot God te gaan en Hem alle verlangens van ons hart - die door de Heilige Geest zijn geïnspireerd - voor te leggen.
Lang niet alle verlangens van ons hart zijn door de Heilige Geest geïnspireerd, en daarom moeten wij altijd ons hart onderzoeken of onze verlangens in overeenstemming zijn met het hart van God. Alleen dan hebben wij een zuivere basis voor vrijmoedigheid bij God, en kunnen wij Hem alles vragen wat in ons hart is; wanneer onze verlangens van God komen, kunnen wij deze verlangens in harmonie met het woord van God tot Hem terugbidden en ontvangen wij alles wat wij Hem vragen.

1Joh.3:21-22 Geliefde broeders en zusters, als ons hart ons niet aanklaagt, kunnen we ons vol vertrouwen tot God wenden en ontvangen we van Hem wat we maar vragen, omdat we ons aan Zijn geboden houden en doen wat Hij wil.

1Joh.5:14-15 Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat Hij naar ons luistert als we Hem iets vragen dat in overeenstemming is met Zijn wil. En omdat we weten dat Hij naar ons luistert, wat we Hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we Hem gevraagd hebben.

Marc.11:24 Daarom zeg ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen.

In de gebedsbeweging van de eindtijd zal het allesoverheersende principe gelden, dat God de initiatiefnemer is van onze gebeden en van de antwoorden die wij ontvangen.
Steeds meer zullen de gebeden van de heiligen in de eindtijd gekenmerkt worden door de soevereine inspiratie van de Heilige Geest, want Hij is de Geest der genade en der gebeden. God heerst in Zijn soevereiniteit op een manier die ons verstand ver te boven gaat, maar desondanks is Zijn manier de allerbeste en daarom de enige goede!

Rom.11:33-36 Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk Zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk Zijn wegen. Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit Zijn raadsman? Wie heeft Hem iets gegeven dat door Hem moest worden terugbetaald? Alles is uit Hem ontstaan, alles is door Hem geschapen, alles heeft in Hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader is de alfa en de omega van de geschiedenis (Openb.1:8, 21:6, 22:13) dus ook van ons gebedsleven. Hij staat aan het begin van het “Onze Vader” (Matt.6:8-13), en Hij staat aan het begin van het Hogepriesterlijk gebed van Jezus (Joh.17).
God was Degene die het initiatief nam tot de voorbede van Abraham voor Sodom en Gomorra, maar Hij was ook Degene, die het gebed afsloot. God was letterlijk de alfa en omega, het begin en het einde van het gebed van Abraham.

Gen.18:17 De Heer dacht: Waarom zou Ik voor Abraham geheimhouden wat Ik van plan ben?

Gen.18:33 Zodra de Heer Zijn gesprek met Abraham had beëindigd, ging Hij weg.

In de eindtijd is God de grote Initiatiefnemer van Zijn eeuwige plan met Zijn volk; Hij zwijgt niet, maar Hij spreekt en brengt Zijn grote einddoel in beweging. Hijzelf zegt het volgende:

Jes.62:1-2 Omwille van Sion zal Ik niet zwijgen, omwille van Jeruzalem ben Ik niet stil, totdat het licht van haar gerechtigheid daagt en de fakkel van haar redding brandt. Alle volken zullen je gerechtigheid zien, alle koningen je majesteit. Men zal je noemen bij een nieuwe naam die de HEER Zelf heeft bepaald.

Maar om dit plan te realiseren roept God een enorme gebedsbeweging in de eindtijd tot leven; Hij betrekt Zijn kinderen in Zijn plannen om dit doel tot stand te brengen.

Jes.62:6-7 Jeruzalem, Ik heb wachters op je muren gezet die nooit zullen zwijgen, dag noch nacht. Jullie die een beroep doen op de HEER, gun jezelf geen rust en gun Hem evenmin rust, totdat Hij Jeruzalem weer heeft gegrondvest en haar roem op aarde heeft bevestigd.

Zo zal de profetie van Zacharia in vervulling gaan; de Heilige Geest zal de Initiatiefnemer zijn en Gods volk inspireren tot een gebedsrevolutie, zoals die er nog nooit geweest is in de geschiedenis van de kerk van Jezus Christus.
En zo zal de eeuwige God d.m.v. het huis van gebed de menselijke geschiedenis tot een ontknoping brengen om de weg te banen voor de tweede komst van Jezus.
Dan zal het duizendjarige vrederijk op aarde gevestigd worden, en zal Jeruzalem eindelijk haar bestemming bereiken als hoofdstad van de aarde van waaruit Jezus als Koning zal regeren.
Dan zal voor het volk van God het koninklijke priesterschap volledig in vervulling gaan, want vanuit het huis van gebed in het Nieuwe Jeruzalem zullen wij koninklijke priesters zijn voor God en het Lam.

Openb.20:6 Gelukkig en heilig zijn zij die deelhebben aan de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen macht over hen. Zij zullen priester van God en van de Messias zijn en duizend jaar lang samen met Hem heersen

V.v.d.B. (Vriend van de Bruidegom)

Deze studie heeft als uitgangspunt het onderwijs over de eindtijd van Mike Bickle, direkteur van het "International House Of Prayer" in Kansas City (U.S.A.) www.ihop.org
 
Zie voor meer studies over dit onderwerp in de Nederlandse taal op de website van Vriend van de Bruidegom
Hefzibah 
Actueel[toon alles]
Activiteiten[toon alles]